of 25/25
Energieke restauratie Lower Energy in Historical Buildings RAAK MKB aanvraag Hanzehogeschool Groningen Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte ir. J.A. van den Berg, lector ing. B. Boschma, projectleider 20 oktober 2010

Lower Energy in Historical Buildings - Hanze...Adviseurs, installateurs, architecten ... - KAW Architecten Groningen - MTB Architecten te Amsterdam - OVT Architecten Groningen Beoogd

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Lower Energy in Historical Buildings - Hanze...Adviseurs, installateurs, architecten ... - KAW...

  • Energieke restauratie

    Lower Energy in Historical Buildings

    RAAK MKB aanvraag

    Hanzehogeschool Groningen

    Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte

    ir. J.A. van den Berg, lector

    ing. B. Boschma, projectleider

    20 oktober 2010

  • Energieke Restauratie

  • Energieke Restauratie

    SAMENVATTING

    Aanleiding Het terugbrengen van het energieverbruik is tegenwoordig een belangrijke doelstelling bij alle bouwprojecten. Opdrachtgevers vragen een hoog comfort bij een laag energiegebruik. De lat ligt hoog voor beperking van het energiegebruik, ook in historische gebouwen.

    MKB”bedrijven die betrokken waren bij het Raak-project Steek Energie in Renovatie (onder meer Holstein Restauratie Architectuur, Jurriens Bouw, Sun-Factory, Damstra Installaties, Adema Architecten) stelden onder meer de volgende vragen:

    - ‚hoe kan ik het tochtige gebouw comfortabel maken, zonder dat ophopend vocht de historische constructies aantast?‛, zo vraagt de bouwkundige zich af;

    - ‚hoe kan ik een energie-installatie inpassen, zonder ingrijpend hak- en breekwerk?‛, zo vraagt de installatietechnicus zich af;

    - ‚hoe geef ik de ingrijpende aanpassingen vorm die nodig zijn om de energiedoelstellingen te halen, zonder de regels van monumentenzorg te overtreden?‛, zo vraagt de architect zich af.

    MKB-bedrijven worden geconfronteerd met de vraag van opdrachtgevers om het energiegebruik van gebouwen terug te brengen. Ook eigenaren en exploitanten van monumenten stellen steeds hogere eisen aan comfort en streven naar lagere energielasten. Bij historische gebouwen is dit een buitengewoon complexe opgave die vraagt om het ontwikkelen en samenbrengen van kennis op het gebied van techniek, restauratie, ontwerp, regelgeving, constructie, historie.

    De aandacht van restauratieprojecten verschuift daarmee van een traditionele technische aanpak (ontwerp, materiaal, en bouwfysica) naar een integrale methode, gericht op een lager energiegebruik.

    Thema’s

    Op basis van de vragen van het MKB zijn vier onderzoeksthema’s gekozen:

    1. Case studies Energiezuinige Restauraties

    2. Karakteristieken Historische gebouwen

    3. Innovatieve Energieconcepten

    4. Duurzame projectontwikkeling Historische gebouwen

    Bij twee thema’s wordt gewerkt met een Community of Practice: Geothermie (onder het thema Innovatieve

    Energieconcepten) en De Toekomst (onder Duurzame Projectontwikkeling). In de onderstaande tabel is een

    overzicht van vragen, thema’s en globale doelstellingen opgenomen.

    Traditionele aanpak

    “ Restaureren

    “ Isoleren en ventileren

    “ Technische aanpak

    “ Standaardoplossingen

    “ Projectontwikkeling

    “ Objectgericht

    Integrale methode

    “ Efficiëntere instandhouding

    “ Energetisch totaalplan

    “ Denken in (energie)concepten

    “ Karakteristieken historisch gebouw

    “ Herontwikkeling met waardebepaling

    “ Gebruikersgericht

  • Energieke Restauratie

    Vraag vanuit MKB Titel van gekozen

    thema

    Doelstelling Doelgroepen MKB

    Hoe hebben energie-interventies de instandhouding en kernwaarden van historische gebouwen in reeds uitgevoerde plannen beïnvloed?

    Case studies energiezuinige restauraties

    Beschrijving en evaluatie, identificeren best practices

    Allen

    Op welke manier kunnen historische waarden, gebouwtype, bouwfysische en energetische eigenschappen, en energieconcepten worden geïntegreerd in een ‘tool’ (bijvoorbeeld een keuzeboom of risicokaart), waarmee de MKB-er snel duurzaamheid en energiebesparing kan verbinden?

    Karakteristieken historische gebouwen

    Instrument(en) ontwikkelen en testen in de praktijk

    Architecten, Aannemers, Bouwfysisch adviseurs

    Welke (nieuwe) energieconcepten zijn beschikbaar voor historische gebouwen? Welk karakter hebben deze energieconcepten? Welk effect hebben deze energieconcepten op de cultuurhistorische en architectonische waarden, energielasten, klimaat en comfort?

    Innovatieve Energieconcepten

    Ontwikkelen en toepassen nieuwe concepten

    Bouwfysisch adviseur Installateurs

    Wat zijn de mogelijkheden en valkuilen bij toepassen van geothermie als alternatieve vorm van energierenovatie bij monumenten en binnenstedelijke gebieden?

    Community of Practice: Geothermie in historische binnensteden

    haalbaarheid van gebruik van geothermie in historische binnensteden

    Adviseurs, installateurs, architecten

    Wat is de invloed van energie-interventies op exploitatielastenverlaging, en welke invloed heeft dat vervolgens op het verwervings- en ontwikkeltraject bij historische gebouwen?

    Duurzame projectontwikkeling historische gebouwen

    Ontwikkelen adequate werkwijzen, stappenplan

    Project-ontwikkelaars, -aannemers Architecten

    De restauratie van een historische steenfabriek wordt als voorbeeld genomen voor onderzoek naar projectontwikkeling en energiezuinige restauratie.

    Community of Practice: De Toekomst

    Toepassing onderzoek in praktijksituatie

    Projectontwikkelaars, aannemers, architecten

    Het onderzoek wordt uitgevoerd door vier onderzoeksgroepen en twee CoP’s, samengesteld op basis van de hiervoor genoemde thema’s. De groepen worden door een tandem van een docentonderzoeker en een MKB-vertegenwoordiger geleid. Het onderzoek wordt uitgevoerd door (docent)onderzoekers van de deelnemende kennisinstellingen in samenwerking met MKB-bedrijven, ondersteund door studenten.

    Partners treffen elkaar in het Kennisnetwerk Energieke Restauratie. Kenniscirculatie vindt plaats in de vorm van Kenniscafés en werkconferenties. Een in te richten Linkedin-platform, is een belangrijk middel voor het voeren van discussies en het verspreiden van informatie aan een brede groep geïnteresseerden.

    De onderzoeken en CoP’s leiden tot nieuwe kennis en handelingsinzichten voor architecten, projectontwikkelaars, klimaat- en comfortadviseurs en uitvoerende bouwbedrijven in het MKB-werkveld. Kennisnetwerk en consortium Het Kennisnetwerk ‚Energieke Restauratie‛ wordt geleid door een consortium. Dit consortium heeft als ambitie MKB-bedrijven te ondersteunen, die werkzaam zijn op het terrein van de instandhouding van historische gebouwen. Het consortium wil innovaties genereren en verspreiden, praktijkervaringen bundelen en praktische instrumenten ontwikkelen met en voor MKB-ers. Het consortium heeft als doel om kennis te verhogen en te verspreiden in een groeiend netwerk van MKB, opdrachtgevers en kennispartners. Een belangrijk strategisch doel is bovendien om een blijvende samenwerking op te zetten tussen de deelnemende hogescholen, waaronder Hanzehogeschool Groningen, Hogeschool Utrecht, Saxion Hogeschool Zwolle, Nyenrode BU, Centre for Sustainability en Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.

  • Energieke Restauratie

    In het consortium nemen zitting:

    - De heer Silvester Adema, architect en directeur van Adema Architecten te Dokkum - De heer Marcel Huisman, senior Innovatie Adviseur van Syntens (vestiging Groningen) - Mevr. drs. Erlijn Eweg Senior Projectleider Kenniscentrum Technologie en Innovatie Hogeschool Utrecht - De heer Huub van der Ven, Onderzoeker Instandhoudingstechnologie bij de Rijksdienst voor het

    Cultureel Erfgoed te Amersfoort

    - De heer Andries van den Berg, Lector Ruimtelijke Transformaties Hanzehogeschool te Groningen, voorzitter van het consortium

    Er hebben zich meerdere partners verbonden aan het project:

    - Holstein Restauratie architectuur te Groningen - Jurriens Bouw Noord te Groningen - Bureau 1232 Groningen (Adviesbureau Bouwfysica) - Damstra Holding te Driesum - DGMR Drachten - Simon Benus Bouw en Vastgoed te Stadskanaal - Rutgers Vastgoed Assen - Breman Meppel (Installatiebedrijf) - Seinen Propjectontwikkeling te Leeuwarden - Vellema Installatietechniek te Hallum - Architectenbureau PUUR te Stiens - KAW Architecten Groningen - MTB Architecten te Amsterdam - OVT Architecten Groningen

    Beoogd resultaat De onderzoeksgroepen en CoP’s leveren concrete instrumenten op, direct geschikt voor de beroepspraktijk. Nieuwe kennis zal vertaald worden naar lesmateriaal voor studenten en professionals voor ‚stakeholders‛ bij historische gebouwen. Docenten van Bouwkunde, Engineering, Vastgoed en Human Technology stellen op basis daarvan een aangepast onderwijs aanbod op toegespitst op een specialisatie Bouwkunde (HGB), Vastgoed en Engineering (DEBS).

    De groep betrokken MKB-bedrijven zal groeien naar circa 25, die kennis uitwisselen en vergroten. Het Kennisnetwerk beoogd een duurzaam verband te worden op het gebied van Historische gebouwen en Energie. Strategisch doel is bovendien om blijvende samenwerking op te zetten met de drie deelnemende hogescholen Hanzehogeschool, Hogeschool Utrecht, Saxion Enschede en Nyenrode Center of Sustainibility.

    Verspreiding van kennis op landelijk niveau vindt plaats door publicaties in landelijke vakbladen, een artikel in een toegepast wetenschappelijk blad en een publicatie voor een breed publiek. Een Internationale Slotconferentie brengt de resultaten van het project ook internationaal onder de aandacht. De verwachting is dat dit SIA RAAK project de opstap zal zijn naar andere, grotere projecten in de bestaande bouw.

  • Energieke Restauratie

    INHOUDSOPGAVE

    1. Inleiding ..................................................................................................................................................................... 1

    2. Vraagarticulatie, initiële vraagstelling, onderzoeksthema’s, doelstellingen ................................................. 3

    2.1 Vraagarticulatie ................................................................................................................................................... 3

    2.2 Thema’s ............................................................................................................................................................... 4

    2.3 Doelstelling van het programma .................................................................................................................... 4

    3. Netwerkvorming ....................................................................................................................................................... 5

    3.1 Samenstelling van het consortium ................................................................................................................. 5

    3.2 Ambities en doelstellingen consortium ......................................................................................................... 5

    3.3 Partners in het kennisnetwerk ........................................................................................................................ 6

    4. Onderzoek en kennisverhoging ............................................................................................................................. 8

    4.1 Kennisbasis .......................................................................................................................................................... 8

    4.2 Nieuwe kennis ................................................................................................................................................... 9

    4.3 Vragen voor kennisontwikkeling .................................................................................................................... 9

    4.4 Werkwijze en methoden onderzoek ............................................................................................................. 10

    5. Kenniscirculatie ....................................................................................................................................................... 12

    5.1 Kennisnetwerk .................................................................................................................................................. 12

    5.2 Onderzoeksgroepen ......................................................................................................................................... 12

    6. Duurzaamheid beoogde toepassing (doorwerking) ......................................................................................... 13

    7. Disseminatie en communicatie ............................................................................................................................ 14

    8. Monitoring en Evaluatie ....................................................................................................................................... 15

    9. Projectmanagement en planning ........................................................................................................................ 16

    9.1 Projectorganisatie ............................................................................................................................................. 17

    9.2 Risicoparagraaf.................................................................................................................................................. 18

    Bijlagen ............................................................................................................................................................................... 19

    Literatuur ........................................................................................................................................................................ 19

  • Energieke Restauratie 1

    1. INLEIDING

    ‚ik heb behoefte aan praktijkprojectvoorbeelden die vergelijkend zijn opgesteld, zodat je kunt zien welke energie-ingrepen in welke historische context zijn toegepast, en welk effect dat heeft gegeven op de energieprestatie en Cultuurhistorische waarden. Het kunnen detailtoepassingen , maar ook totaalconcepten zijn, afhankelijk van de gebouwsoort, de vereiste functie en het karakter van het historische gebouw. Het is er hier en daar, maar niet structureel en niet goed vergelijkend‛ (Kor Holstein van Holstein Restauratie Architectuur te Groningen)

    Het terugbrengen van het energieverbruik is tegenwoordig een belangrijke doelstelling bij alle bouwprojecten.. Opdrachtgevers vragen een hoog comfort bij een laag energiegebruik. De lat ligt hoog voor beperking van het energiegebruik, ook in historische gebouwen. Bij nieuwbouw is ‘low-energy’ of zelfs ‘zero-energy’ met de huidige kennis en technische mogelijkheden goed te realiseren. Bij renovatie van bestaande gebouwen is dat al een stuk lastiger. En bij restauratie van historische gebouwen is dit buitengewoon complex. In dit project werken we aan het in belangrijke mate verlagen van de energiebehoefte van historische gebouwen: Lower energy. Historische gebouwen stellen de betrokken MKB-ers danig op de proef:

    - ‚hoe kan ik het tochtige gebouw comfortabel maken, zonder dat ophopend vocht de historische constructies aantast?‛, zo vraagt de bouwkundige zich af;

    - ‚hoe kan ik een energie-installatie inpassen, zonder ingrijpend hak- en breekwerk?‛, zo vraagt de installatietechnicus zich af;

    - ‚hoe geef ik de ingrijpende aanpassingen vorm die nodig zijn om de energiedoelstellingen te halen, zonder de regels van monumentenzorg te overtreden?‛, zo vraagt de architect zich af.

    Historische gebouwen renoveren tot een comfortabel gebouw met een lager energieverbruik is een enorme uitdaging: technische, juridische, en economische vragen doemen op, naast gebruikers- en procesvragen. In het kader van Steek Energie in Renovatie (STER, RAAK-project 2008-2010) hebben twee innovatieteams een eerste verkenning uitgevoerd rondom deze problematiek. De betrokken ondernemers (onder meer Holstein Restauratie Architectuur, Jurriens Bouw, Groningen, Sun-Factory, Suawoude, Damstra Installaties, Damwoude, Adema Architecten, Dokkum) hebben sterk de behoefte om verder te gaan en meer praktijkgericht onderzoek te doen, Zij willen daarmee de belangrijke knelpunten oplossen die zij ondervinden in hun praktijk. Bovenstaande vragen kwamen tijdens het werken in de Innovatieteams voortdurend naar boven. De centrale vraag is: Hoe kunnen historische gebouwen worden gerestaureerd tot toekomstbestendige, comfortabele gebouwen, met een laag energiegebruik en met behoud van de cultuurhistorische waarden?

    Op dit moment wordt vrijwel geen praktijkgericht onderzoek uitgevoerd op dit gebied. Evaluatie van uitgevoerde restauraties blijft vaak achterwege, zodat niet van ervaringen wordt geleerd. Praktijkervaringen worden te weinig uitgewisseld. Om in deze leemte te voorzien wil het consortium werken aan het doelgericht uitvoeren van casestudies, en het inventariseren en analyseren van de resultaten van deze casestudies. In de eerste fase van dit project wordt (internationaal) wetenschappelijk onderzoek naar Monumenten en Energiebesparing geïnventariseerd, beoordeeld op bruikbaarheid en ingebracht in het kennisnetwerk. In de genoemde Innovatieteams, waarbij MKB-ondernemers samen een plan opstelden voor renovatie van monumenten, kwamen de volgende onderzoeksideeën naar voren:

    1. ‚Laat met systematische, beeldend en vergelijkbaar casestudie onderzoek zien hoe energie-interventies de instandhouding en kernwaarden van historische gebouwen in reeds uitgevoerde plannen hebben beïnvloed.‛ (Kor Holstein)

  • Energieke Restauratie 2

    2. ‚Naast bepaalde energieconcepten die ik al ken, wil ik graag een overzicht en inventarisatie van energieconcepten zien, welk karakter die hebben, en welk effect die hebben op de cultuurhistorische en architectonische waarden, energielasten, klimaat en comfort. Zijn de ‚oude waarden‛ bruikbaar en/of in aangepaste vorm opnieuw inzetbaar?‛ (Frits Weijers)

    3. ‚Wat is de invloed van energie-interventies op exploitatielastenverlaging, en welke invloed heeft dat vervolgens op het verwervings- en ontwikkeltraject bij monumenten? (Simon Benus)

    Deze vragen vormen de ruggengraat van het programma ‚Energieke Restauraties, Lower Energy in Historic Buildings‛. Het doel van dit Innovatieprogramma is om in de praktijk samen met MKB-bedrijven te onderzoeken hoe deze complexe doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. Kennisdeling, kennisverhoging en de interactie tussen de Hanzehogeschool en het werkveld staan daarbij centraal. De deelnemende bedrijven uit het STER-project vormen de start van een groter netwerk ‘Energieke restauraties’. Het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte zal dit netwerk faciliteren. Zowel de projectleider als een deel van de onderzoekers waren betrokken bij deelprojecten van STER, zodat ervaringen worden meegenomen in dit nieuwe onderzoeksprogramma. Het onderwerp past voorts naadloos in de Onderzoekslijn Monumenten en Energiebesparing, onderdeel van het onderzoeksdomein Duurzaam Bouwen van het Kenniscentrum. In dit project worden docenten en studenten van de in het Kenniscentrum deelnemende opleidingen Vastgoed en Makelaardij (V&M), en Architectuur, Bouwkunde en Civiele Techniek (ABC) betrokken. Uiteraard wordt nauw samengewerkt met het Energie Kenniscentrum (EKC), trekker van het STER-project. Een directe relatie met STER-project wordt bovendien gelegd doordat Syntens, vestiging Groningen, lid wordt van het consortium. Syntens was bij de projecten STER en Meer Nul Energie1 actief lid van het consortium; deze samenwerking wordt in dit project voortgezet. Samenwerking van Hogescholen en kennisinstellingen is van belang om kennis te verhogen en te bundelen. Daarom zijn de Hogeschool Utrecht en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed benaderd voor deelname in het consortium. Andere kennisinstellingen nemen deel als partners. Resultaten van het project zijn direct inzetbaar voor toekomstige restauraties van historische en beeldbepalende gebouwen. Dit kunnen individuele historische gebouwen, maar ook historische binnensteden zijn. Indirect zal het project een spin-off naar de bestaande bouw krijgen. Praktijkgericht onderzoek naar renovatie van historische gebouwen kan nieuwe technieken en inzichten opleveren voor renovatie van de overige bestaande bouw, zoals woonwijken uit de jaren 60.

    1 Meer Nul Energie, Raak Project van het Energie Kenniscentrum (HG)

  • Energieke Restauratie 3

    2. VRAAGARTICULATIE, INITIËLE VRAAGSTELLING, ONDERZOEKSTHEMA’S, DOELSTELLINGEN

    ‚Wij vinden Zero-energy een speerpunt, een economische troef in energielastenverlaging. Bij Energie nul ambitie is een goede doelrichting, waarbij we samen moeten zoeken naar de karakteristieken en structuren van de historische gebouwen (waarin een enorme diversiteit te zien is) omdat daarin de kansen en mogelijkheden liggen op Energetische gebied, energielasten verlaging, en restauratie(on) mogelijkheden. We willen voor de gebruiker, eigenaar en beheerder beter comfort, een lagere exploitatie en passende Energieconcepten aanbieden. We zijn op zoek naar integratie en deling van oude, bestaande en nieuwe kennis bij veel aanwezige deskundigen en willen die verhoging door samen te werken als partijen, en zoeken naar hoe we de Cultuurhistorische waarden en architectonische waarden kunnen integreren met oplossingen die duurzaamheidambities dienen(CO2 verlaging). We hebben overeenkomstige vragen in de zoektocht naar die balans.‛ (Conclusie RCE bijeenkomst Amersfoort 30 juni 2010)

    2.1 VRAAGARTICULATIE

    In het project Steek Energie in Renovatie (STER) is een aantal ondernemers2 betrokken bij de Innovatieteams Likeurfabriek Phaff en Fogelsanghstate Veenklooster. De betrokken bouwbedrijven, installateurs en restauratiearchitecten hebben sterk de behoefte om verder te gaan en onderzoek in de praktijk te doen, om de belangrijke vragen op te lossen die tijdens het werken in de Innovatieteams voortdurend naar boven kwamen. Hun vragen (zie inleiding, verder genoemd ‘de initiële vragen’) waren de aanleiding tot het ontwikkelen van dit voorstel. Op 30 juni 2010 organiseerde de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) een bijeenkomst voor MKB-ondernemers, koepelorganisaties, kennisinstellingen en opdrachtgevers, met als thema Energie en duurzaamheid in historische gebouwen. In deze brede kring bleken dezelfde vragen te leven als in de Innovatieteams. (zie ook het bovenstaand citaat) De RCE bijeenkomst is aanleiding geweest om ons netwerk van MKB-bedrijven sterk uit te breiden en nieuwe kennispartners te benaderen. De initiële vragen zijn vervolgens voorgelegd aan een bredere kring van MKB-bedrijven en kennispartners. In deze gespreksronde bleek een breed draagvlak voor de vragen, thema’s en doelstellingen. De benaderde bedrijven en partners zijn inmiddels toegetreden tot het netwerk (zie tabel 2). Op basis van de initiële vragen en de gespreksronde zijn de vragen als volgt uitgewerkt: Centrale vraag: Hoe kunnen historische gebouwen3 worden gerestaureerd tot toekomstbestendige, comfortabele gebouwen, met een laag energiegebruik en met behoud van de cultuurhistorische waarden? Uitwerkingsvragen:

    1. Hoe hebben energie-interventies de instandhouding en kernwaarden van historische gebouwen in reeds uitgevoerde

    plannen beïnvloed?

    2. Op welke manier kunnen historische waarden, gebouwtype, bouwfysische en energetische eigenschappen, en

    energieconcepten worden geïntegreerd in een ‘tool’ (bijvoorbeeld een keuzeboom), waarmee de MKB-er snel duurzaamheid

    en energiebesparing kan verbinden?

    3. Welke (nieuwe) energieconcepten zijn beschikbaar voor historisch gebouwen? Welk karakter hebben deze energieconcepten?

    Welk effect hebben deze energieconcepten op de cultuurhistorische en architectonische waarden, energielasten, klimaat en

    comfort?

    4. Wat is de invloed van energie-interventies op exploitatielastenverlaging, en welke invloed heeft dat vervolgens op het

    verwervings- en ontwikkeltraject bij historische gebouwen?

    2 Likeurfabriek Phaff te Winschoten: Holstein Architecten Groningen, Jurriens Bouw Groningen, Hoekstra Installaties Suawoude; Fogelsanghstate Veenklooster: Adema Architecten Dokkum, Damstra Installaties Driesum, Frits Wijers, Bureau 1232 te Groningen. 3 Bij historische gebouwen gaat het zowel om monumenten (met een wettelijk beschermde status) als om overige historische of beeldbepalende gebouwen.

  • Energieke Restauratie 4

    Deze vragen vormen de basis van dit innovatieprogramma. Het doel van het Innovatieprogramma is om in de praktijk samen met MKB-bedrijven te onderzoeken hoe deze complexe doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. Kennisdeling, kennisverhoging en de interactie tussen de Hanzehogeschool en het werkveld staan daarbij centraal. De deelnemende bedrijven uit het STER-project vormen de start van een groter netwerk ‘Energieke restauraties’. Het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte zal dit netwerk faciliteren. Verschuiving van traditionele naar energiezuinige restauratie MKB-bedrijven worden geconfronteerd met de vraag van opdrachtgevers om het energiegebruik van gebouwen terug te brengen. Ook eigenaren en exploitanten van monumenten stellen steeds hogere eisen aan comfort en streven naar lagere energielasten. Bij historische gebouwen is dit een buitengewoon complexe opgave die vraagt om het ontwikkelen en samenbrengen van kennis op het gebied van techniek, restauratie, ontwerp, regelgeving, constructie, historie. De aandacht van restauratieprojecten verschuift daarmee van een traditionele technische aanpak (ontwerp, materiaal, en bouwfysica) naar een integrale methode, gericht op een lager energiegebruik.

    2.2 THEMA’S

    Op basis van de uitgewerkte vragen en de gespreksronde zijn de volgende thema’s gekozen:

    1. Case studies Energiezuinige Restauraties

    2. Karakteristieken Historische gebouwen

    3. Innovatieve Energieconcepten

    4. Duurzame projectontwikkeling Historische gebouwen

    Deze thema’s worden in het hoofdstuk Onderzoek en Kennisverhoging nader uitgewerkt.

    |2.3 DOELSTELLING VAN HET PROGRAMMA

    Het innovatieprogramma heeft als hoofddoelstelling om de MKB-restauratiepraktijk te ondersteunen bij het verbeteren en ontwikkelen van energiezuinige restauraties van Historische gebouwen. Het programma wil dit doel bereiken door samen met het MKB methoden en praktische tools te ontwikkelen en in de praktijk te testen en door kenniscirculatie te genereren. Per thema wordt dit bereikt door:

    1. uitgevoerde energiezuinige restauraties te beschrijven en te evalueren; identificeren best practices; 2. instrumenten te ontwikkelen en te testen, waarmee het MKB eenvoudig historische waarden en

    energiebesparing kan verbinden; 3. innovatieve energieconcepten te ontwikkelen en toe te passen; 4. adequate werkwijzen te ontwikkelen voor verwervings- en ontwikkeltrajecten voor historische gebouwen,

    bijvoorbeeld in de vorm van een stappenplan.

    Traditionele aanpak

    “ Restaureren

    “ Isoleren en ventileren

    “ Technische aanpak

    “ Standaardoplossingen

    “ Projectontwikkeling

    “ Objectgericht

    Integrale methode

    “ Efficiëntere instandhouding

    “ Energetisch totaalplan

    “ Denken in (energie)concepten

    “ Karakteristieken historisch gebouw

    “ Herontwikkeling met waardebepaling

    “ Gebruikersgericht

  • Energieke Restauratie 5

    De onderwijsdoelstelling van het programma is het (verder) ontwikkelen van onderwijs voor de specialisaties Herbestemming bestaand gebouw (opleiding Bouwkunde), Engineering en Building Services (opleiding Werktuigbouwkunde) beide van Hanzehogeschool Groningen) en Monumenten in de Praktijk (Hogeschool Utrecht). |

    Tabel 1: overzicht vragen, Thema’s, doelstellingen, methoden In onderstaande tabel worden de vragen, thema’s en doelstellingen kort samengevat.

    Vraag vanuit MKB Titel van gekozen

    thema

    Doelstelling Doelgroepen MKB

    Hoe hebben energie-interventies de instandhouding en kernwaarden van historische gebouwen in reeds uitgevoerde plannen beïnvloed?

    Case studies energiezuinige restauraties

    Beschrijving en evaluatie, identificeren best practices

    Allen

    Op welke manier kunnen historische waarden, gebouwtype, bouwfysische en energetische eigenschappen, en energieconcepten worden geïntegreerd in een ‘tool’ (bijvoorbeeld een keuzeboom of risicokaart), waarmee de MKB-er snel duurzaamheid en energiebesparing kan verbinden?

    Karakteristieken historische gebouwen

    Instrument(en) ontwikkelen en testen in de praktijk

    Architecten, Aannemers, Bouwfysisch adviseurs

    Welke (nieuwe) energieconcepten zijn beschikbaar voor historische gebouwen? Welk karakter hebben deze energieconcepten? Welk effect hebben deze energieconcepten op de cultuurhistorische en architectonische waarden, energielasten, klimaat en comfort?

    Innovatieve Energieconcepten

    Ontwikkelen en toepassen nieuwe concepten

    Bouwfysisch adviseurInstallateurs

    Wat is de invloed van energie-interventies op exploitatielastenverlaging, en welke invloed heeft dat vervolgens op het verwervings- en ontwikkeltraject bij historische gebouwen?

    Duurzame projectontwikkeling historische gebouwen

    Ontwikkelen adequate werkwijzen, stappenplan

    Project-ontwikkelaars, -aannemers Architecten

    3. NETWERKVORMING

    3.1 SAMENSTELLING VAN HET CONSORTIUM

    Het Kennisnetwerk wordt gevormd door MKB-partners, Kennispartners en koepelorganisaties. Het consortium is een afspiegeling van deze samenstelling. Het consortium is als volgt samengesteld:

    Hanzehogeschool Groningen, Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte is penvoerder van het project. Energie is een belangrijk strategisch speerpunt van de Hanzehogeschool. Het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte werkt nauw samen met het Energie Kennis Centrum (EKC). In dit nieuwe programma deelnemende onderzoekers waren ook betrokken bij de door het EKC uitgevoerde RAAK-projecten. ´Monumenten en energiebesparing´ is één van de vier onderzoekslijnen binnen het thema Duurzaam Bouwen. Andries van den Berg, Lector Ruimtelijke Transformaties, neemt het voorzitterschap van het consortium op zich.

    Adema Architecten BNA uit Dokkum is een belangrijk bureau in Noord Nederland op het gebied van restauratie van historische gebouwen. Directeur Silvester Adema vertegenwoordigt bovendien BNA Noord in het consortium. Hij is actief in het netwerk van restauratiearchitecten in Noord Nederland (GEAR). Adema brengt praktische kennis en ervaring in het consortium in en levert bovendien een belangrijk aandeel in de keuze van objecten voor praktijkgerichte casestudies.

  • Energieke Restauratie 6

    Syntens, Vestiging Groningen heeft in Noord Nederland een groot netwerk in de MKB-wereld en is sterk geïnteresseerd in energiezuinig renoveren. Syntens was bij de projecten STER en Meer Nul Energie4 actief lid van het consortium; deze samenwerking wordt in dit project voortgezet. Marcel Huisman, senior innovatie adviseur, vormt in het consortium een belangrijke verbindende schakel met een brede groep MKB-bedrijven. Bovendien is hij trekker van een van de Communities of Practice in het project (geothermie in historische binnensteden). Hogeschool Utrecht, Kenniscentrum Technologie en Innovatie is een essentiële kennispartner in dit project, een partner waarmee bovendien een landelijk dekkend bereik wordt gerealiseerd. Drs. Erlijn Eweg, senior projectleider Kenniscentrum Technologie en Innovatie, is betrokken bij verduurzaming van monumenten in Utrecht. Het lectoraat Monumenten in de praktijk levert daarnaast een bijdrage door de ontwikkelde nieuwe kennis te vertalen naar onderwijsprogramma’s, zoals het programma Cultuurhistorie en ontwerpen in bestaande stedelijke omgeving. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) is een belangrijke speler in de wereld van de Monumentenzorg. Huub van der Ven, Onderzoeker Instandhoudingstechnologie, brengt de actualiteit, het netwerk en praktische kennis van de RCE op cultuurhistorisch en bouwkundig gebied in het project in. Energie en duurzaamheid is door de RCE aangewezen als speerpunt voor de Monumentenzorg in de komende jaren. 3.2 AMBITIES EN DOELSTELLINGEN CONSORTIUM

    Het consortium heeft als ambitie MKB-bedrijven te ondersteunen, die werkzaam zijn op het terrein van de instandhouding van historische gebouwen. Het consortium wil innovaties genereren en verspreiden, praktijkervaringen bundelen en praktische instrumenten ontwikkelen met en voor MKB-ers. Het consortium heeft als doel om kennis te verhogen en te verspreiden in een groeiend netwerk van MKB, opdrachtgevers en kennispartners. Een belangrijk strategisch doel is bovendien om een blijvende samenwerking op te zetten tussen de deelnemende hogescholen, waaronder Hanzehogeschool Groningen, Hogeschool Utrecht, Saxion Hogeschool Zwolle, Nyenrode BU, Centre for Sustainability en Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.

    Deze ambitie van het consortium sluit aan bij landelijke thema’s, zoals:

    - Energie en duurzaamheid in de monumentenzorg, het nieuw speerpunt van de RCE, vervolg op het Handboek Duurzame Monumentenzorg (Nusselder 2008);

    - Stimulering Lokaal Klimaatbeleid, stimuleringsregeling gericht op professionals en stakeholders met als doel nieuwe perspectieven te ontwikkelen voor energie en duurzaamheid, ook in de historische gebouwde omgeving.

    - Stimuleringsprogramma monumenten voor 23 gemeenten, door Nyenrode Business University, waarin wordt onderzocht hoe ondersteuning, stimuleren en opschalen van verduurzaming van historische gebouwen mogelijk is.

    3.3 PARTNERS IN HET KENNISNETWERK

    In het kennisnetwerk zijn zowel noordelijke als landelijke actoren actief. Het betreft MKB-partners, kennispartners en belangrijke (koepel)instellingen op het gebied van monumenten en historische gebouwen. Deelnemers aan een tweetal Innovatieteams binnen STER vormen de basisgroep van MKB-partners in dit project. Deze is uitgebreid met MKB-partners in Noord-Nederland. Tijdens het project wordt het aantal MKB-bedrijven verder uitgebreid, ook buiten Noord-Nederland, ter verbreding van de praktijkkennis en vergroting van het bereik. De basis voor de groep Kennispartners in het project is eveneens gelegd in het STER project. Het Energie

    4 Meer Nul Energie, Raak Project van het Energie Kenniscentrum (HG)

  • Energieke Restauratie 7

    Kennis Centrum (EKC) neemt via het Lectoraat Energie Toepassingen als partner deel in dit project.

    Met het Lectoraat Energievoorziening van de Saxion Hogeschool, lector ir. Jan de Wit, wordt samengewerkt om inhoudelijk invulling aan energieconcepten te geven.

    Nyenrode Business University, vertegenwoordigd door onderzoeker ir. Birgit Dulski, brengt kennis en ervaring bij renovatie van monumenten in diverse gemeenten in het netwerk in.

    NHL, Lectoraat Open Innovatie, vertegenwoordigd door lector Peter Joore, brengt kennis in op het gebied van zonne-energie.

    Tabel 2 : overzicht Partners MKB-PARTNERS

    Holstein Restauratiearchitectuur te Groningen

    Kor Holstein eigenaar Restauratie architect Continueren deelname STER-project; energie interventie in ontwerp & planvorming in architectenpraktijk

    Jurriens Bouw Noord te Groningen

    Hendrie Pannekoek Projectleider

    Restauratie aannemer Continueren deelname STER-project en Restauratie aannemerspraktijk; ervaring inbrengen energie-interventie

    Bureau 1232 Groningen Frits Weijers, directeur

    Adviesbureau op het gebied van akoestiek, bouwfysica en installatietechniek

    Continueren deelname STER en MNE- project; energie interventie in ontwerp van klimaat en bouwfysica

    Damstra Holding Driesum Cor Krikke. Deskundige energietoepassingen

    Installatiebedrijf en Energie en Installaties

    Continueren deelname STER en MNE- project; duurzame energie interventie in ontwerp van installaties

    DGMR Drachten Jean Frantzen, Projectleider Energie en DuBO

    Bouwfysische, milieu en energie adviesbureau

    Klimaat en bouwfysica vanuit de gebruikers groep

    Simon Benus Bouw Vastgoed BV Stadskanaal

    Simon Benus, Directeur

    Bouw- en project-ontwikkeling

    Duurzaamheid en energie; interventie-invloed op projectontwikkeltraject; Project De Toekomst

    Woonplan Leeuwarden Addy Rutgers Commercieel Directeur

    Energiezuinig wonen en duurzaam bouwen

    Participeren in Vastgoed projectontwikkeling

    Breman Meppel bv te Meppel

    H. Wiekamp Directeur

    Installatietechniek Verwarmingsinstallaties en duurzame energiesystemen

    Seinen Projectontwikkeling BV Leeuwarden

    Jan Nieuwveld Projectontwikkelaar Vastgoed projectontwikkeling bestaande bouw

    Vellema Installatietechniek, Hallum

    H.Vellema Installatiebedrijf en Energie en Installaties

    Expertise in ontwerp en realisatie van duurzame installaties

    Architectenbureau PUUR, Stiens

    A. van der Schaaf Architecten bureau Geïnteresseerd in onderzoek en netwerkbijeenkomsten alle thema’s

    MTB BV, Apeldoorn Martijn Braunstahl Architecten bureau Monumenten en geothermie

    KAW Architecten en adviseurs, Groningen

    M. Tankink Architecten bureau Monumenten en geothermie

    OVT Architecten Groningen W. Barneveld Architecten bureau Monumenten en duurzaamheid

  • Energieke Restauratie 8

    KENNISPARTNERS

    Energie Kennis Centrum Hanzehogeschool Groningen

    Ir. Wim van Gemert (waarnemend Lector)

    Lectoraat Energietoepassingen

    Energietoepassingen o.a. in gebouwde omgeving

    Saxion Hogeschool Enschede

    ir. Jan de Wit, Lector Duurzame Energievoorziening Kenniscentrum Leefomgeving

    Lectoraat Veilige en Duurzame Energievoorziening

    Onderzoekt hoe de beperking van veiligheidsrisico’s van, en toepassing van duurzame energie-infrastructuur mogelijk is

    Nyenrode Business Universiteit Delft

    ir. Birgit Dulski MSc. Center for Sustainability Prof. Dr. ir. Anke van Hal;

    Verduurzaming van historische gebouwen: Onderzoek en Adviestrajecten over Duurzaamheid en Energie

    TNO Built Environment and Geosciences, locatie Utrecht

    Leslie Kramers, Structural Geologist drs. Henk Pagnier, geoloog

    afdeling Bouw en Ondergrond

    Kennis geothermie

    NHL Leeuwarden Lector P.Joore Lectoraat Open Innovatie PV Embedded (SIA RAAK MKB)

    Bedrijfskansen toepassing PV en ontwikkeltrajecten

    4. ONDERZOEK EN KENNISVERHOGING

    4.1 KENNISBASIS

    Het is van belang om aan te sluiten bij de ‘state of the art’, de meest recente kennis op het gebied van energie en historische gebouwen. Dit project bouwt daartoe in de eerste plaats voort op praktijkkennis die regionaal en landelijk is opgedaan; een opsomming van relevante netwerken en andere kennisleveranciers is hieronder opgenomen. Daarnaast is het van groot belang om bestaande internationale kennis en ervaring te betrekken, zodat een zo actueel en hoog mogelijk kennisniveau wordt verkregen. Een inventarisatie van toegepast wetenschappelijke publicaties (in peer-reviewed tijdschriften) zorgt voor een kwaliteitsimpuls van het onderzoek. Tenslotte worden publicaties (praktijkhandleidingen en richtlijnen) van Europese organisaties op het gebied van Monumentenzorg betrokken. In naburige landen als Duitsland, Frankrijk, België, Engeland en Oostenrijk is namelijk zeer veel ervaring opgedaan met energiezuinige restauratie. Europees:

    - Er wordt aangesloten bij Europese netwerken, zoals New4Old. Dit brengt relevante kennis van instituten in Oostenrijk, Duitsland, Belgie, Engeland en Frankrijk binnen bereik.

    - ‘English Heritage’ heeft richtlijnen en methoden ontwikkeld op het gebied van energie en restauratie. (publicatie C. Wood)

    Landelijk:

    - Nyenrode Business University, Centre for Sustainability, heeft een netwerk opgericht waarin gemeenten, provincies, milieuorganisaties en kennisinstellingen samenwerken aan het thema Energiezuinige Monumentale Binnensteden.

    - Landelijk is de RCE leidend binnen de instandhoudingdoelstelling van historische gebouwen. De RCE heeft energie en duurzaamheid als speerpunt gekozen voor de komende jaren binnen de instandhouding. In 2011 wil de RCE een grootschalige conferentie organiseren op dit gebied.

    - Landelijk onderzoek op het gebied van geothermie in (monumentale) binnensteden, uitgevoerd door de branche vereniging Geothermie Nederland.

    - Binnen het CleanTech programma binnen Syntens is energierenovatie een belangrijk thema.

  • Energieke Restauratie 9

    Regionaal:

    - De Innovatieteams ‚Fogelsanghstate‛ en ‘Likeurfabriek Phaff’ 5 hebben concrete concepten van energiezuinige renovatieplannen opgeleverd.

    - Onderzoek Gemeentelijk monument P. Wayerstraat Groningen (lopend) - Energie Advies Rijksmonument Gevangenismuseum Veenhuizen (afgerond)

    Wetenschappelijke Publicaties:

    - Een inventarisatie van toegepast wetenschappelijke kennis wordt uitgevoerd in de onderzoekslijn Duurzaam Bouwen.6 Een selectie van artikelen is opgenomen in de literatuurlijst.

    4.2 NIEUWE KENNIS

    In het project wordt nieuwe kennis ontwikkeld op de vier gedefinieerde thema’s. Uitwisseling van kennis tussen de verschillende thema’s is eveneens van belang, dit is terug te vinden bij het hoofdstuk Kenniscirculatie. Het thema ‘casestudies’ levert inzichten op die bruikbaar zijn in de andere drie thema’s. Onderstaand overzicht geeft in trefwoorden weer welke thema’s, vragen en resultaten in dit project worden onderzocht. In de volgende paragrafen worden deze thema’s eerder uitgewerkt.

    4.3 VRAGEN VOOR KENNISONTWIKKELING

    De thema’s en beoogde resultaten zijn gebaseerd op de hiervoor beschreven vraagstelling door het MKB.

    Tijdens het onderzoek dragen MKB’ers actief bij aan de uitvoering van het onderzoek en zij toetsen de

    praktische bruikbaarheid van de instrumenten. Per thema zijn deelnemende bedrijven en kennisinstellingen

    vermeld, voor zover nu reeds bekend. In de eerste fase van het project worden de onderzoeksgroepen

    definitief samengesteld.

    5 Ster-projecten, eerder genoemd in deze aanvraag.

    6 onderdeel van het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling Noorderruimte, Hanzehogeschool.

    Kar

    akte

    rist

    iek

    en Waarderingsmethode karakteristieken gebouw

    Keuzeboom energie-ingrepen op basis van karakteristieken gebouw

    Risicokaart energie ingrepen

    En

    ergi

    eco

    nce

    pte

    n Innovatieve energieconcepten

    Model energierenovatieplan

    Duurzame energie in historische gebouwen

    Geothermie in historische binnensteden

    Pro

    ject

    on

    twik

    keli

    ng Waarde ontwikkeling

    historische gebouwen

    Invloed energie-interventie op projectontwikkeling

    Waardering consument voor energiezuinige monumenten

    Case studies

  • Energieke Restauratie 10

    1. Casestudies Energiezuinige Restauraties Welke energie interventies zijn toegepast? Welke keuzes zijn gemaakt op gebied van energie in relatie tot het karakter en mogelijkheden van het gebouw, bij welke doelstelling van de ingreep? Doel is enerzijds om inzicht te geven in de praktische problemen en anderzijds om instrumenten en richtlijnen in de praktijk te toetsen. Nieuwe casestudies worden uitgevoerd gedurende de looptijd van het project. Deelnemers: Holstein Restauratie Architectuur, HG (Bouwkunde), HU

    2. Karakteristieken Historische gebouwen Wat zijn de kansen en mogelijkheden voor energiezuinige renovatie op basis van de ‚karakteristieken van historische gebouwen‛ ? Wat kan het bestaande gebouw aan? Welke instrumenten zijn praktisch bruikbaar bij het opstellen van een energie-interventie plan voor een historisch gebouw? Welke (instandhoudings)risico’s zijn er bij energie-ingrepen in historische gebouwen? Deelnemers: Adema Architecten, HU, HG (Bouwkunde), Nyenrode

    3. Innovatieve Energieconcepten Bestaande en nieuwe installaties, nieuwe vormen van energie transport en hernieuwbare bronnen, de inzet ervan en hun toepassing kunnen nieuwe concepten opleveren. Welke mogelijkheden zijn er? Welke nieuwe energie bronnen zijn bruikbaar? Hoe passen zijn bij een bepaald type historisch gebouw? Is een zeer laag energieverbruik haalbaar? Wat betekent dit voor het gebouw, de energiehuishouding, en de exploitatie? Wat is het effect op klimaat en comfort? Deelnemers: DGMR Drachten, Nyenrode, HG (EKC) Community of Practice: Geothermie in historische binnensteden. In deze Community wordt gewerkt aan een specifiek energieconcept, namelijk geothermie. Wat zijn de mogelijkheden en valkuilen bij toepassen van geothermie als alternatieve vorm van energierenovatie bij monumenten en binnenstedelijke gebieden? De haalbaarheid van gebruik van geothermie in historische binnensteden wordt nader onderzocht. Deelnemers: KAW, MTB, Syntens, TNO

    4. Duurzame projectontwikkeling Historische gebouwen

    Hoe is de waardeontwikkeling na een energiezuinige renovatie? Welke betekenis heeft dit voor het ontwikkel- en verwervingstraject? Community of Practice: De Toekomst. In deze community wordt de restauratie van een historische steenfabriek als voorbeeld genomen voor onderzoek naar projectontwikkeling en energiezuinige restauratie. Deelnemers: Simon Benus, Stadskanaal; HG (Vastgoed&Makelaardij)

    Deze onderzoeken leiden tot nieuwe kennis en handelingsinzichten voor de architecten, projectontwikkelaars, klimaat- en comfortadviseurs en uitvoerende bouwbedrijven in het MKB-werkveld.

    4.4 WERKWIJZE EN METHODEN ONDERZOEK

    Het onderzoek wordt uitgevoerd door vier onderzoeksgroepen en twee CoP’s, samengesteld op basis van de hiervoor genoemde thema’s. De groepen worden door een tandem van een docentonderzoeker en een MKB-vertegenwoordiger geleid. Het onderzoek wordt primair uitgevoerd door (docent)onderzoekers van de deelnemende kennisinstellingen, ondersteund door studenten. Voor ieder thema word een onderzoeksplan opgesteld door de docentonderzoekers. De onderzoeksplannen worden voor commentaar voorgelegd aan de partners en consortiumleden. De uitgewerkte onderzoeksopzet en -methoden worden vervolgens besproken in de werkconferenties (zie hoofdstuk Kenniscirculatie). MKB-partners dragen op verschillende manieren bij aan de uitvoering van de onderzoeken. Dit is per bedrijf verschillend. (‘keuzemenu’)

  • Energieke Restauratie 11

    Studenten kunnen participeren in het onderzoek in het kader van hun stage of afstudeerproject. Bij de Hanzehogeschool kunnen studenten hun afstudeerproject uitvoeren in een leer- en werkplaats: ‘Atelier Duurzaam’7. De opzet van deze leer- en werkplaats sluit goed aan bij de werkwijze in dit project. Methoden van onderzoek zijn onder meer literatuuronderzoek, interviews, bouwkundige- en energietechnische methodieken, ontwikkelen en testen van instrumenten. De onderzoeksgegevens worden in samenwerking met de deelnemende MKB-bedrijven en andere partners verzameld. Per thema zijn deelnemende bedrijven vermeld. (voor zover nu reeds bekend).

    1. Case studies Energiezuinige Restauraties.

    - onderzoek minimaal 5 nieuwe cases, waarbij een ambitieus energierenovatieplan voor een historisch gebouw wordt opgesteld.

    - analyseren en evalueren van circa 10 uitgevoerde energiezuinige renovatieprojecten aan historische gebouwen.

    De casestudies worden uitgevoerd op basis van een onderzoeksprotocol. Hierin is vastgelegd met welke

    onderzoeksmethoden de onderzoeken van de diverse historische gebouwen worden uitgevoerd. (zoals

    bouwhistorisch- , energietechnisch- , en bouwkundig onderzoek, onderzoek naar sociale, economische en

    ruimtelijke aspecten) Het protocol zorgt ervoor dat alle casestudies een goede kwaliteit hebben en

    onderling vergelijkbaar zijn.

    2. Karakteristieken Historische gebouwen

    - toepassen van verschillende instrumenten op historisch gebouw; - analyse resultaten; - ontwikkeling en toetsing nieuw instrument, zoals keuzeboom en risicokaart.

    In principe zijn dezelfde onderzoeksmethoden geschikt en is hier het onderzoeksprotocol ook van toepassing. Daarnaast worden er instrumenten (tools) ontwikkeld en getest.

    3. Innovatieve Energieconcepten - organiseren van een prijsvraag, waarmee innovatieve concepten worden gestimuleerd. De inzendingen worden geanalyseerd op bruikbaarheid en in een renovatieplan opgenomen;

    - inventarisatie duurzame energietechnieken voor historische gebouwen.

    CoP Geothermie

    Kring van minimaal 10 ondernemers wordt 5 keer op het thema Geothermie bijeengeroepen onder

    leiding van Syntens en TNO. Verdere onderzoeksmethoden worden samen met Syntens, TNO en

    deelnemende bedrijven verder ontwikkeld.

    4. Projectontwikkeling - interviews met experts; - analyse casestudies en praktijkvoorbeelden projectontwikkeling; - ontwikkeling verdienmodellen; CoP De Toekomst: Projectontwikkeling, energielevering, energiebeleving

    7 Het Atelier Duurzaam is een multidisciplinaire leerwerkplaats van studenten.

  • Energieke Restauratie 12

    5. KENNISCIRCULATIE

    5.1 KENNISNETWERK

    Leden Kennisnetwerk Het Kennisnetwerk bestaat uit de partners en consortiumleden. Bij aanvang nemen minimaal 10 ondernemers deel, en na twee jaar zijn er minimaal 25 MKB-ers betrokken. Dat zijn architecten, projectontwikkelaars, bouwbedrijven, adviseurs of installatiebedrijven. Het in de afgelopen twee jaar opgebouwde netwerk in het Raak-project (STER) wordt bij netwerkbijeenkomsten uitgenodigd. Het Kennisnetwerk wordt aangevuld met een brede vertegenwoordiging vanuit de achterban van de partners en consortiumleden. Methoden Kenniscirculatie

    - Het Kennisnetwerk wordt op concrete thema’s uitgenodigd om netwerkbijeenkomsten te bezoeken in de vorm van ‘Kenniscafés’. Doel van een kenniscafé is enerzijds het verspreiden van in het project opgedane kennis en anderzijds het op ongedwongen wijze laten circuleren van die kennis. Netwerken is een belangrijk aspect van deze methode. De kenniscafés zijn ook toegankelijk voor studenten of externe geïnteresseerden, bijvoorbeeld betrokkenen bij de casestudies. Zo wordt het netwerk versterkt en vergroot. Het concept van een kenniscafé is een open inloopbijeenkomst, waar een of meer sprekers een project of onderzoeksactiviteit presenteren. Aansluitend vindt discussie plaats met deelnemers in de zaal en met experts op het podium. De discussie wordt informeel voortgezet met een hapje en een drankje. (Afgestemd op het tijdstip van de dag). In dit project vinden de kenniscafés beurtelings plaats bij de consortiumleden of de partners van het project.

    - De leden van het Kennisnetwerk worden uitgenodigd om lid te worden van een speciaal voor dit project geopende LinkedIn groep, die door de Hanzehogeschool wordt gefaciliteerd. In deze LinkedIngroep worden discussies gevoerd, evenementen en kenniscafés aangekondigd, en kunnen presentaties (slideshare) of documenten worden geplaatst. Bovendien zijn kruisverbanden te leggen met andere relevante netwerken, bijvoorbeeld het netwerk Historic Preservation van Icomos. Op deze wijze kan internationale kennis en innovatie worden binnengehaald.

    - Leden van het Kennisnetwerk die zich actief willen bezighouden met ontwikkeling van nieuwe kennis kunnen zich aansluiten bij een van de onderzoeksgroepen. Dit kan aan het begin van het project, maar ook halverwege kunnen leden in een onderzoeksgroep actief worden, bijvoorbeeld bij de start van een nieuw deelonderzoek.

    - De leden van het Kennisnetwerk worden tenslotte bij het project betrokken door hen uit te nodigen voor presentaties van uitgevoerd onderzoek door studenten, onderzoekers of projectpartners. De LinkedIn groep is het belangrijkste voertuig van informatie over dergelijke researchseminars en presentaties.

    5.2 ONDERZOEKSGROEPEN

    Kern van het Innovatieprogramma wordt gevormd door de onderzoeksgroepen. In deze groepen wordt niet alleen kennis ontwikkeld, maar ook kennis gedeeld en verspreid. Op de vier genoemde thema’s worden groepen gevormd, die ieder worden geleid door een ‘tandem’, waarin een docentonderzoeker en een MKB-vertegenwoordiger zitting hebben. Op deze wijze worden kennis en praktijk stevig aan elkaar verbonden. Iedere onderzoeksgroep is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit en uitvoering van het onderzoek op de gekozen thema’s. Voor de aanpak en organisatie van het onderzoek wordt een onderzoeksprotocol ontwikkeld en beschikbaar gesteld door de Hanzehogeschool in samenwerking met de HU. De onderlinge taakverdeling in de onderzoeksgroepen is de verantwoordelijkheid van de ‘tandem’.

  • Energieke Restauratie 13

    De bijdrage van het MKB, zowel in de ‘tandems’ als in de onderzoeksgroepen, garandeert een goede aansluiting van het onderzoek op de beroepspraktijk. Praktijkkennis en concrete cases kunnen worden ingebracht, instrumenten, modellen en aanbevelingen kunnen direct worden getoetst op praktische bruikbaarheid.

    De inbreng vanuit de Kennispartners in de ‘tandems’ staat garant voor een goede en verantwoorde uitvoering van het onderzoek en is de schakel naar de werving van studenten. Er wordt verwacht dat de deelnemende onderzoekers zelf daadwerkelijk bijdragen aan de uitvoering van het onderzoek, zodat een hoge kwaliteit bereikt kan worden.

    Studenten nemen als afstudeerder deel aan de onderzoeksgroepen8, zodat een stevige verbinding met het onderwijs en curriculum wordt gelegd.

    Publicaties zijn essentieel voor kenniscirculatie. Per onderzoeksgroep wordt gestreefd naar minimaal 1 publicatie in een nationaal vakblad. Voor het project als geheel is de doelstelling om minimaal 1 (Engelstalige) publicatie in een peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift te schrijven. 9 Een aparte categorie wordt gevormd door de Communities of Practice. In deze CoP’s, wordt een specifiek thema onder de loep genomen. De Communities wordt geleid door een vertegenwoordiger vanuit het MKB, ondersteund door een docentonderzoeker. Overigens is de werkwijze vergelijkbaar met die van de onderzoeksgroepen. De CoP’s nemen ook deel aan de onderstaande Werkconferenties.

    Werkconferenties en slotconferentie De verschillende onderzoeksgroepen ontmoeten elkaar in een drietal Werkconferenties, te organiseren in de beginperiode, aan het einde van het eerste jaar en halverwege het tweede jaar van het programma. Deze werkconferenties hebben een belangrijke functie bij het opzetten van het onderzoek en het stimuleren van een goede kwaliteit van deze onderzoeken.

    De onderzoeksgroepen ontmoeten elkaar in deze conferenties, wisselen ervaringen uit en presenteren hun resultaten. De werkconferenties zijn als volgt te karakteriseren: 1. Kennismaking; verdieping van onderzoeksthema’s; introductie methoden van praktijkgericht

    onderzoek 2. Tussenresultaten van de praktijkonderzoeken; identificatie nieuwe praktijkonderzoeken of cases;

    testen instrumenten ‘in ontwikkeling’ 3. Rapportages en presentaties (voorlopige) resultaten uitgevoerd onderzoek, ontwikkelde instrumenten

    en methoden

    Aan het eind van het project wordt een internationale Slotconferentie gehouden. Doel van deze conferentie is tweeledig. In het Engelstalige ochtenddeel worden de resultaten gepresenteerd aan (kennis)partners uit andere Europese landen. In het middagdeel wordt voor een breed publiek van MKB en kennisinstellingen de projectresultaten gepresenteerd in een kennismarkt met onder meer postersessies, workshops en afsluitend forum. Dit deel van de conferentie is grotendeels Nederlandstalig, met een Engelstalige workshop voor de buitenlandse gasten.

    6. DUURZAAMHEID BEOOGDE TOEPASSING (DOORWERKING)

    Dit programma is gericht op kennisverhoging en kenniscirculatie met betrekking tot ‘Energieke restauraties’, op samenwerking met MKB-partners en kennisinstellingen, en op integratie van het thema Energieke Restauraties in het onderwijs. De activiteiten in de looptijd van het project werken door in netwerken, in het onderzoek aan de hogescholen en in het onderwijs.

    8 Stages, afstudeeronderzoeken, specialisaties, colleges onderzoeksvaardigheden 9 Gezien de lange productietijd van dergelijke tijdschriften is de doelstelling reëel om aan het einde van de projectperiode minimaal een ingezonden artikel te hebben opgeleverd.

  • Energieke Restauratie 14

    Deze doorwerking wordt op verschillende manieren geborgd: Netwerken en onderzoek De samenwerking met de MKB- en kennispartners wordt geborgd door het voortzetten van de LinkedIngroep na afloop van het project. De Hanzehogeschool informeert het netwerk over nieuwe relevante onderzoeksprojecten, nodigt leden uit voor conferenties, kennis cafés of studentenpresentaties op het onderwerp Energieke Restauraties. De samenwerking met de kennisinstellingen wordt bovendien geborgd door het blijvend uitwisselen van resultaten van onderzoek, gezamenlijk nieuwe onderzoeken opzetten of projecten starten. Internationale kenniscirculatie wordt geborgd door lid te worden van relevante internationale onderzoeksnetwerken.

    Onderwijs Vertaling van de resultaten en ervaringen van het programma in het onderwijs wordt onder meer bewerkstelligd door ná het project Energieke Restauraties voorstellen te doen voor curriculumaanpassingen in de specialisaties bij de opleiding Bouwkunde Hergebruik Bestaand Gebouw (HG) en bij de opleiding Engineering Design and Engineering of Building Services (DEBS)10 en Vastgoed.

    7. DISSEMINATIE EN COMMUNICATIE De werkwijze om kennis te laten circuleren in het kennisnetwerk is hiervoor reeds uiteengezet. Deze paragraaf heeft betrekking op verspreiding van informatie naar een groter publiek. Disseminatie is gericht op de volgende doelgroepen:

    1. de branches architectuur, erfgoed, bouw, installatie en renovatie 2. mogelijke opdrachtgevers (gemeenten, eigenaren, koepelorganisaties) 3. een wetenschappelijk geïnteresseerd en internationaal samengesteld publiek

    De partijen in het consortium en het kennisnetwerk spelen een belangrijke rol in de disseminatie.

    - De RCE heeft een groot bereik in de historische gebouwensector via haar tijdschriften, advisering en onderzoek. (doelgroepen 1, 2, 3)

    - Nyenrode, Centre for Sustainability, verspreidt de ervaringen en kennis in haar eigen netwerk en heeft bovendien een sterke relatie met de TU Delft. (doelgroep 1, 2, 3)

    - De Vereniging van Restauratiearchitecten is in het project vertegenwoordigd door verschillende leden (Holstein, Adema). Disseminatie vindt via dit netwerk plaats. (doelgroep 1, 2)

    De LinkedIn-groep wordt naast circulatie binnen het netwerk ook ingezet voor een bredere verspreiding van de informatie. Zo kan een regionale activiteit potentieel een groot publiek bereiken. Bij een Engelstalige plaatsing van documenten en discussie kan dit zelfs een internationaal (vakgericht) publiek betreffen. (doelgroep 1, 2, 3) In het project worden publicaties voorzien voor nationale vakbladen. Hiermee worden de branches in de ontwerp-, bouw- en installatiesector bereikt. (doelgroep 1) Verspreiding naar een groter publiek vindt voorts plaats op drie manieren:

    - er wordt een presentatie of workshop gehouden tijdens de nationale conferentie die de RCE in 2011 organiseert (doelgroep 1, 2);

    - een stand of workshop op een relevante dag voor de vakbranche, zoals Duurzaam Bouwen dag, Bouwvakbeurs (doelgroep 1, 2);

    10 Dit is een nieuwe opleiding die in de loop van het project van start zal gaan.

  • Energieke Restauratie 15

    - er wordt een internationale Slotconferentie georganiseerd, waarbij onder meer relevante Europese netwerken (New4Old en Icomos) worden uitgenodigd (doelgroep 1, 2,3)

    8. MONITORING EN EVALUATIE

    Monitoring vindt plaats binnen de reguliere planning en control cyclus van de Hanzehogeschool. De project activiteiten worden opgenomen in het jaarlijkse activiteitenplan van het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling Noorderruimte, waarvan de voortgang twee maal per jaar wordt besproken in de stuurgroep van het Kenniscentrum. Financiële monitoring verloopt via urenregistratie en via kwartaalrapportages. De urenregistratie wordt bijgehouden door een projectondersteuner. De kwartaalrapportage wordt aangeleverd door het stafbureau Financiën van de Hanzehogeschool Groningen. Deze tussenrapportage wordt besproken in de stuurgroep. De projectleider maakt na een jaar een tussenevaluatie en aan het eind van de projectperiode een eindevaluatie. Bij de tussen- en eindevaluatie zijn de volgende criteria van belang:

    Tabel 3 Resultaten en criteria

    Activiteiten Doel Resultaat Criteria (kwalitatief)

    Consortium overleg

    Duurzame samenwerking

    Goed verloop project Goede samenwerking en afstemming MKB- en kennispartners

    Kenniscafés kenniscirculatie Minimaal 25 partners (MKB ers) in totaal actief in het kennisnetwerk 6 kennisnetwerkbijeenkomsten (kenniscafés)

    LinkedIn platform kenniscirculatie 10 discussies gestart op LinkedIn 50 leden LinkedIn groep

    Werkconferenties en slotconferentie

    kennisverhoging 3 werkconferenties 1 slotconferentie

    2 MKB-deelnemers per onderzoeksgroep Deelname minimaal 3 buitenlandse experts

    Case studies

    Case studie onderzoek

    5 uitgevoerde projecten 10 evaluaties bestaande restauraties

    Best Practice voorbeelden Inzicht in dilemma’s Cultuurhistorische waarde en energiewinsten Nieuwe inzichten op basis van evaluaties

    Karakteristieken van historische gebouwen

    Instrument voor MKB

    Integrale keuzeboom of matrix Energie ingreep criteria gedefinieerd (TRIAS energetica) effecten energie ingreep typologie historische gebouwen gerelateerd aan energieconcepten praktische bruikbaarheid

  • Energieke Restauratie 16

    Innovatieve Energieconcepten

    Energie concepten inventarisatie met voor- en nadelen

    Klimaat- en comfortdenken vanuit gebruiker praktische bruikbaarheid

    Prijsvraag Prijsvraagorganisatie, uitvoering, Publicatie resultaten

    Minimaal 10 inzendingen spreiding inzendingen over Nederland hoge kwaliteit inzendingen

    CoP Geothermie Agenderen en onderzoeken nieuw energieconcept monumentale binnensteden

    Uitwisseling van kennis en praktische toepassingen geothermie 5 bijeenkomsten met ondenemers

    10 ondernemers rond thema Geothermie kring ondenemers met TNO als trekker Binnen het CleanTech programma binnen Syntens is energierenovatie een belangrijk thema.

    Projectontwikkeling

    Instrument voor projectontwikkeling historische gebouwen Circulatie kennis

    Stappenplan CoP De Toekomst

    Inzicht in waardeontwikkeling bij vastgoed- verwerving- en ontwikkeltrajecten van historische gebouwen Mate waarin exploitatielasten verlaging door energie-ingrepen, bijdraagt aan succes van ontwikkeling en waardevermeerdering gebouw

    Publicaties 1 Engelstalige publicatie ingezonden naar toegepast wetenschappelijk tijdschrift minimaal 4 publicaties in (Nederlandse) vakbladen 1 eindpublicatie voor breed publiek op basis van resultaten

    Onderwijs Deelname studenten

    Minstens 15 studenten Bouwkunde, Vastgoed, Human Technology of Engineering van de Hanzehogeschool Groningen afgestudeerd binnen project

    Curriculum Curriculum aanpassingen (uitgevoerd in minimaal 2 specialisaties/ studierichtingen)

    Internationale netwerken

    Aansluiting bij Europese netwerken deelname van onderzoekers aan (inter-nationale) wetenschappe-lijke netwerken

    wederzijds minimaal 1 conferentie bijgewoond

    9. PROJECTMANAGEMENT EN PLANNING

    Het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte heeft drie lopende RAAK-projecten. Voor ieder project zijn goed lopende projectorganisaties opgezet. De ervaring die in deze projecten is opgedaan wordt vanzelfsprekend benut voor het voorliggende project. Voor de gedetailleerde projectplanning wordt verwezen

  • Energieke Restauratie 17

    naar het activiteitenplan, waarin de planning is opgenomen.

    De ervaring met de lopende projecten is dat vanaf het allereerste begin een goede projectadministratie aanwezig moet zijn. Voor de projectadministratie is de projectondersteuner verantwoordelijk. Dit is een ervaren persoon, die de projectadministratie voor meerdere RAAK-projecten heeft opgezet en uitgevoerd. Zij is verantwoordelijk voor de projectadministratie (zowel digitaal als op papier), de urenregistratie (signaleert afwijkingen daarin), het plannen van afspraken, de organisatie van evenementen/ workshops.

    Activiteiten 2011 2012 2013

    september februari september februari

    Fasen Ontwerpfase Onderzoeksfase Evaluatiefase

    Consortium overleg C C C C C C

    Kenniscafés K K K

    Werkconferenties en

    slotconferentie

    W W W S

    1. Case studies

    2. Karakteristieken

    3. Energieconcepten

    - Prijsvraag

    - CoP Geothermie

    4. Projectontwikkeling

    - CoP De Toekomst

    Linkedin platform

    Publicaties

    9.1 PROJECTORGANISATIE

    Binnen het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte werken drie lectoraten samen. Het Kenniscentrum heeft een eigen programmabureau en is goed ingebed in de Hanzehogeschool. Voor dit project zijn de inzet van docenten en studenten en de financiële afhandeling van belang.

    Voor de inzet van medewerkers vanuit de betrokken opleidingen zijn afspraken gemaakt met de betreffende leidinggevenden. Deze afspraken worden ieder semester herijkt.

    Voor de inzet van studenten maakt het Kenniscentrum gebruik van een leerwerkplaats: het Atelier Duurzaam Bouwen. Dit Atelier is de kennisgemeenschap waar lectoren, studenten, onderzoekers, docenten en het bedrijfsleven gezamenlijk multidisciplinair onderzoek doen op basis van vragen uit de praktijk. Onderzoeksopdrachten vanuit dit RAAK-project worden uitgevoerd binnen het Atelier.

    Voor de financiële administratie is het van belang dat het project is ingebed in de planning- en controlcyclus van de Hanzehogeschool. Dit houdt in dat ieder kwartaal een overzicht van de uitputting van het project wordt geleverd door het stafbureau FEZ (het project krijgt een eigen kostenplaats). De projectactiviteiten worden opgenomen in het jaarplan van het kenniscentrum. De deans van de betrokken opleidingen worden geïnformeerd via de stuurgroepvergaderingen van het kenniscentrum.

    Consortium: Het consortium is verantwoordelijk voor de sturing van het programma conform de subsidieaanvraag en de wensen van de consortiumpartners. De consortiumpartners leveren de leden aan, de Hanzehogeschool levert de voorzitter van het Consortium, i.e. de Lector Ruimtelijke Transformaties. Het consortium komt drie keer

  • Energieke Restauratie 18

    per jaar bijeen, zo mogelijk gekoppeld aan een Kenniscafé. Het Consortium stelt jaarlijks het programma van het kennisnetwerk vast, met name de inhoud van de bijeenkomsten van de Kenniscafés. Projectleider en onderzoeksgroepen: Projectleider Bate Boschma is verantwoordelijk voor het bewaken van de planning van het gehele project. Hij heeft een ruime ervaring als projectleider, ondermeer binnen het STER-project (RAAK-MKB). De onderzoeken worden opgezet en uitgevoerd door de leden van de onderzoeksgroepen. De leiding van de onderzoeksgroepen berust bij de genoemde ‘tandems’, bestaande uit een vertegenwoordiging van een MKB-bedrijf en een Kennispartner. De projectleider ondersteunt de voortgang van de onderzoeksgroepen en zorgt voor organisatie en budgetbewaking. Het organigram van de projectorganisatie ziet er als volgt uit:

    9.2 RISICOPARAGRAAF

    Op basis van een Swot-analyse zijn de risico’s van het project benoemd. In onderstaande tabel zijn deze risico’s opgenomen, alsmede de maatregelen om deze risico’s zoveel mogelijk te voorkomen en beperken.

    Risico: Preventieve maatregel:

    1 Kennisinbreng bedrijven afschermend, daardoor onvoldoende samenwerking mogelijk

    Doelstelling en ambitie centraal stellen in onderzoeksgroepen; doelgericht handelen;

    2 Beschikbaarheid van studenten en docenten

    Tijdige werving (vóór inzetreservering opleiding in mei); goede afstemming van vraag en aanbod in projectplan; planperiode 2 jaar

    3 Bedrijven vallen terug tijdens project

    Werkwijze richten op praktische toepassingen en innovaties, voor bedrijven;

    4 Verschillen in bedrijfsbelangen van deelnemende MKB-ondernemers

    Thema gericht aanbod (‘keuzemenu’), MKB ondernemer mede-trekker (‚tandem‛ met Docentonderzoeker) laten zijn van onderzoeksgroep, uitwisseling kennis tussen verschillende onderzoeksgroepen op abstracter niveau (werkconferenties)

    Projectleiding

    Onderzoeksgroepen

    Case studies

    Historische karakteristieken

    Energieconcepten

    Projectontwikkeling

    Kennisnetwerk

    Consortium

  • Energieke Restauratie 19

    BIJLAGEN

    Literatuur

    - Nusselder, E.J. (2008) Handboek Duurzame Monumentenzorg. Uitgave van RCE, SBR en NIBE.

    - Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling Noorderruimte Hanzehogeschool Groningen, Jaarplan 2010-2011.

    - Wood, Chris (2004) ‚Balancing the needs for energy conservation with those of building conservation: an Interim

    Guidance Note on the application of Part L‛ English Heritage London

    - Rapport ‚Denksessie ‚Energie en duurzaamheid in Monumenten,30 juni 2010‛, georganiseerd door RCE

    te Amersfoort