NOM-Jaarverslag 2009

  • View
    214

  • Download
    1

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Nationaal Onderwijsmuseum Jaarverslag 2009

Transcript

  • 1Het Nationaal Onderwijsmuseum in 2009

  • 2

  • 2 3

    Het Nationaal Onderwijsmuseum werkt aan het verbeelden, duiden en beleven van ons onderwijs in verleden en heden. De activiteiten van het museum bereiken een breed publiek door heel Nederland en zijn gericht op interactie en het delen van kennis. Ze vormen een aanknopingspunt voor actuele discussies over onderwijs en onderstrepen het belang van goed onderwijs in onze samenleving.

  • 4

  • 4 5

    Inhoudsopgave

    7 Woord vooraf

    8 Het Nationaal Onderwijsmuseum

    11 Bezoekers

    15 Tentoonstellingen

    25 Rondleidingen, educatieve programmas en vakantieactiviteiten

    31 Het museum als platform

    35 Collectie, publicaties en onderzoek

    45 De bibliotheek

    47 Marketing en communicatie

    50 Personeel en organisatie

    56 Financin en fondsen

    58 Huisvesting het gebouw

    Bijlagen

    61 Overzicht lopende en geopende tentoonstellingen in 2008

    63 Overzicht van publicaties

    64 Overzicht van namen medewerkers met fotos

  • 6

  • 6 7

    Woord voorafGeen grenzen aan de groei! Het lijkt een misplaatste verwijzing naar het beroemde rapport van de Club

    van Rome uit 1972 en zal zeker in tijden van economische crisis, klimaatproblematiek en graaicultuur bij

    topsalarissen tot gefronste wenkbrauwen leiden. Maar voor het Nationaal Onderwijsmuseum in 2009

    gaat dit motto om meer dan n reden op.

    De grens van 40.000 bezoekers per jaar is voor het eerst ruim gepasseerd. De naamsbekendheid nam

    toe. De activiteiten van het museum genereerden veel publiciteit. Van de collectie van het museum zijn

    inmiddels meer dan vijftigduizend objecten digitaal ontsloten en er werden belangrijke deelcollecties aan

    de verzameling toegevoegd. Een prachtig groeiscenario, waaraan iedereen die de afgelopen jaren bij het

    museum betrokken is geweest zijn of haar steentje heeft bijgedragen.

    2009 was een jaar van terugkijken op alles wat er in de afgelopen beleidsperiode is veranderd en

    gebeurd. Tevens zijn in 2009 onze ambities en mogelijkheden in een nieuw beleidsplan voor de periode

    2010 2013 vastgelegd. Bij die ambities en mogelijkheden is groei een belangrijke kernwaarde. Groei

    in publieks- en collectiebereik. Groei in onderzoeks- en samenwerkingsprojecten. Groei in activiteiten en

    evenementen. Maar ook verdere groei in kwaliteit en bekendheid.

    Dat groei ook een keerzijde heeft, daarvan is het Nationaal Onderwijsmuseum zich zeer bewust. Met

    meer publiek en een omvangrijke, belangrijke collectie loop je ook tegen grenzen aan, zoals een sleets

    gebouw dat ongeschikt is als depot en geen publieksvriendelijke ruimte heeft. Daarnaast groeit de

    financile armslag niet mee met onze ambities.

    Grenzen zijn er echter om verkend en verlegd te worden. Met ideenrijke tentoonstellingen, mooie

    onderzoeken, inspirerende activiteiten en bovenal de inzet van alle medewerkers, vrijwilligers, stagiaires,

    bestuurders en samenwerkingspartners uit het culturele veld n het onderwijsveld zullen wij in de

    komende jaren onze grenzen gaan verleggen.

    Tijs van Ruiten

    Directeur

  • 8Het nationaalOnderwijsmuseumWat in 1981 begon als de Nationaal Historische Onderwijscollectie in Zoetermeer, is nu uitgegroeid tot

    het Nationaal Onderwijsmuseum. Een kennisinstituut over de geschiedenis van het onderwijs, waar een

    van de omvangrijkste en belangrijkste collecties op dit gebied in binnen- en buitenland wordt beheerd.

    Het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam legt zich toe op het verzamelen, onderzoeken en

    presenteren van de ontwikkelingen en kenmerken van het Nederlandse onderwijs. Met een actief en

    breed programma van tentoonstellingen en op specifieke doelgroepen gerichte publieksactiviteiten

    koppelt het museum de geschiedenis van het onderwijs aan hedendaagse realiteit en toekomstige

    ontwikkelingen.

    De collectie van het museum vormt hierbij het uitgangspunt. Hierin ligt de informatie opgeslagen die het

    museum haar taak als kennisinstituut geeft. Met het vergroten van de zichtbaarheid en bruikbaarheid van

    de collectie vergroot het museum haar publieksbereik.

    Door samenwerkingsverbanden met andere culturele, onderwijsgerelateerde en maatschappelijke

    instellingen ontwikkelt het museum verschillende nieuwe projecten binnen en buiten haar muren voor

    een breed scala aan doelgroepen. Met de organisatie van lezingen, debatten, symposia en actuele

    presentaties brengt het museum recente ontwikkelingen en de maatschappelijke problematiek van het

    hedendaagse onderwijs voor het voetlicht.

    In de komende jaren zal het museum zijn groeiende netwerk inzetten voor een grotere naamsbekendheid,

    die een positief effect zal hebben op de publieks- en collectieparticipatie. Extra aandacht gaat hierbij uit

    naar een beter gebruik van het bijzondere museumgebouw. De stad Rotterdam en de centraal gelegen

    historische huisvesting passen uitstekend bij de ambities die het museum zich voor de toekomst stelt.

    Met een goed en publieksvriendelijk museumgebouw wordt in de nabije toekomst een groei naar

    gemiddeld 50.000 bezoekers per jaar mogelijk.

  • 8 9

  • 10

  • 10 11

    Bezoekers2009 was wederom een succesvol jaar. In totaal ontvingen we 42.454 bezoekers. Daarvan bezochten

    33.003 het museum zelf en 9.451 bezoekers bezochten extern georganiseerde tentoonstellingen van het

    museum. Vergeleken met het verslagjaar 2008 is dit een stijging van ruim vijfduizend bezoekers.

    In 2009 waren de verschillende bezoekersgroepen aan het museum anders verdeeld dan in 2008. Zo is

    het aantal senioren het afgelopen jaar in vergelijking met het jaar daarvoor met 55% toegenomen en nam

    het aantal gratis bezoeken met een kleine twintig procent af. Ook nam het aantal basisschoolleerlingen

    onder de bezoekers af. Het aantal kinderfeestjes daarentegen nam toe en ook het aantal volwassenen met

    een Museumkaart steeg ten opzichte van het jaar 2008 met 57%. Tevens bezochten meer bezoekers met

    een Rotterdampas het museum. In vergelijking met voorgaande jaren is het aantal individuele bezoekers

    sterk toegenomen en is het aantal groepsbezoeken, en dan met name uit het basisonderwijs, in 2009 licht

    afgenomen (732 groepen in 2009 tegen 774 in 2008).

    4.500

    4.000

    3.500

    3.000

    2.500

    2.000

    1.500

    1.000

    500

    0

    aantalbezoekers

    91 92 93 94 95 96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08 0990

    23.115

    27.734

    30.11

    2

    31.236

    25.266

    27.061

    30.22

    8

    24.639

    20.722

    25.286

    19.552

    19.882

    18.336

    18.604

    19.795

    31.267

    34.28

    7

    35.148

    37.120

    42.454

    jaar

    Bezoekcijfers NOM

  • 12

    Publieksonderzoek individueel bezoek

    In de eerste helft van 2009 nam het Nationaal Onderwijsmuseum deel aan de Museummonitor, een

    bezoekersonderzoek naar de waardering van het publiek over de diensten van het museum uitgevoerd

    door TNS NIPO. De Museummonitor is een initiatief van de Museumvereniging; in 2009 namen in totaal

    34 musea deel. Eind 2009 is het museum overgestapt op een andere manier van bezoekersonderzoek:

    we nemen sindsdien deel aan het Continue Bezoekersonderzoek van onderzoeksbureau Hendrik Beerda

    Brand Consultancy (www.hendrikbeerda.nl) in opdracht van Rotterdam Festivals. Voordeel van dit

    onderzoek is dat er meer specifieke vragen gesteld kunnen worden over de vaste collectie en tijdelijke

    tentoonstellingen. Ook is het als museum mogelijk op elk moment overzichten van resultaten uit te

    draaien; die resultaten worden weer aangewend als input voor het museumbeleid.

    Uit de gegevens over 2009 van TNS NIPO is naar voren gekomen dat driekwart van alle bezoekers net

    als in 2008 uit West-Nederland komt. In vergelijking met andere musea in dit segment (cultuurhistorisch)

    ligt dit percentage bijna een kwart hoger. Een van de redenen hiervoor is dat het Nationaal

    Onderwijsmuseum nauwelijks toeristen trekt en vooral gericht is op in Nederland wonend publiek. Voor

    69% was het de eerste keer dat ze het museum bezochten (gemiddeld ligt dat percentage rond de

    zestig). Van deze bezoekers gaf 38% aan dat ze voor een speciale tentoonstelling waren gekomen. Het

    overgrote deel van de bezoekers was ook in 2009 weer boven de 27 jaar; 37% was in de leeftijd van

    50-64 jaar. Gemiddeld gaven de bezoekers het Nationaal Onderwijsmuseum een 7,7. Dat is weliswaar

    een ruime voldoende, tegelijk moeten we stellen dat we er nog onvoldoende in slagen bezoekers voor

    een tweede keer te verleiden tot een bezoek.

    Virtueel bezoek

    De website www.onderwijsmuseum.nl kreeg in 2009 een kleine 110.000 unieke bezoekers. Vooral in de

    periode na de zomervakantie steeg het aantal virtuele bezoekers flink. In 2009 werd er verder gewerkt

    aan een nieuwe site die begin 2010 online is gegaan. In 2010 volgt de aan deze website gekoppelde

    nieuwsbrief voor onze verschillende doelgroepen.

  • 12 13

  • 14

  • 14 15

    TentoonstellingenOp het gebied van tentoonstellingen was 2009 een druk jaar. Maar liefst zeven tentoonstellingen

    openden in het museum, waarvan een deel later nog te zien zal zijn in andere musea. Daarnaast zijn we

    begonnen met het aanpassen van delen van de vaste presentatie zodat deze weer een aantal jaren mee

    kan. Een overzicht:

    Tijdelijke tentoonstel