Bachelor Thesis Gijs Briët: Concrete Contrast

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Concrete Contrastindustrialiteit in een nieuw stedelijke gebiedGijs Briët 4031024 BK 6060 Wetenschapsleer 3 Eindwerkstuk BK 6000 U Datum: 14-6-2010 Docent: Denise Piccinini  BK 6060 WETENSCHAPLEER 3 BK6000 URBANISM BSC6 Amsterdam, 14 juni 2010 Gijs Briët studienummer : 4031024 tel: mail: 06-14494703 gijsbriet@hotmail.com g.briet@st.tudelft.nlBegeleidend docent: Denise PiccininiVoorwoordVoor u ligt het eindwerkstuk van de integrale ontwerpopdracht BK-6000-U als onderdeel van Bk606

Text of Bachelor Thesis Gijs Briët: Concrete Contrast

Concrete Contrastindustrialiteit in een nieuw stedelijke gebied

Gijs Brit 4031024 BK 6060 Wetenschapsleer 3 Eindwerkstuk BK 6000 U Datum: 14-6-2010 Docent: Denise Piccinini

BK 6060 WETENSCHAPLEER 3 BK6000 URBANISM BSC6 Amsterdam, 14 juni 2010 Gijs Brit studienummer : 4031024 tel: mail: 06-14494703 gijsbriet@hotmail.com g.briet@st.tudelft.nl

Begeleidend docent: Denise Piccinini

VoorwoordVoor u ligt het eindwerkstuk van de integrale ontwerpopdracht BK-6000-U als onderdeel van Bk6060 Wetenschapsleer 3. In dit werkstuk beschrijf ik de ontwerpopgave, het ontwerp en het ontwerpproces en geef ik vervolgens een verantwoording over, een evaluatie van en een reflectie op de genoemde onderdelen. Middels dit werkstuk wil ik aantonen dat ik voldoe aan de eindtermen van het bacholeronderwijsprogramma van de faculteit Bouwkunde. De ontwerpopgave betreft een inrichtingsplan voor de openbare ruimte van een nieuw te ontwikkelen gebied aan de Zonweg in Den Haag. Het werkstuk bestaat uit twee delen; het eerste deel is gericht op het ontwerpproduct en het tweede deel op het ontwerpproces. In het eerste deel treft u een beknopte beschrijving aan van het ontwerpproduct met een verantwoording en een evaluatie. Daarna volgt de beschrijving van twee generieke deeloplossingen en een reflectie daarop. Deze generieke deeloplossingen kunnen toegepast worden bij andere, maar vergelijkbare problemen en situaties. Het tweede deel van het werkstuk is gewijd aan het ontwerpproces; eerst de beschrijving ervan, daarna verantwoording en evaluatie. Met betrekking tot het ontwerpproces is een onderzoeksvraag gesteld om inzicht te geven in een bepaald onderdeel van het proces. In mijn geval betreft dit het type informatiebron dat ik heb gebruikt en de invloed daarvan op mijn ontwerpproces. Het werkstuk wordt afgesloten met een samenvatting van interessante bevindingen en conclusies. Gijs Brit

3

InhoudsopgaveH1: Beschrijving van de ontwerpopgave 1.1 Historische Analyse 1.2 Analyse Binckhorst 1.3 Eisen en randvoorwaarden vanuit het master- en stedenbouwkundig plan 1.4 Probleemstellingen 1.5 Beschrijving plangebied H2: Beschrijving ontwerpproduct 2.1 Concept 2.2 Uitgangspunten 2.3 Ontwerpprincipes 2.4 Programma Openbare Ruimte H3: Verantwoording en evaluatie ontwerpproduct 3.1 Beschrijving opgave 3.2 Verantwoording negatieve uitkomsten 3.3 Toetsing deelvragen probleemstelling 3.3 Evaluatie ontwerpproduct H4: Beschrijving en reflectie saillante, generieke (deel)oplossingen 4.1 Generieke oplossing 1: Hierarchische Routing 4.2 Generieke oplossing 2: Contrast als factor voor goed functionerende stedenbouw. H5: Beschrijving ontwerpproces: Strategie en keuzes 5.1 Processchema 5.2 Toelichting Bijzonderheden H6: Verantwoording en evaluatie ontwerpproces 6.1 Verantwoording Ontwerpproces 6.2 Methoden en Stretegin 6.3 Persoonlijke Doelstelling 6.4 Conclusie H7: Reflectie ontwerpproces 7.1 Generieke deeloplossing 1: Varianten Studies 7.2 Generieke deeloplossing 2: Gebruik van klankbord ten behoeve van input. H8: Samenvatting en conclusies Bronnen en Literatuur 4 Pag. 6 Pag. 7 Pag. 8 Pag. 8 Pag. 9 Pag. 9

Pag. 15 Pag. 16 Pag. 17 Pag. 18 Pag. 20 Pag. 21 Pag. 22 Pag. 23 Pag. 24 Pag. 25 Pag. 26 Pag. 27 Pag. 28 Pag. 29 Pag. 30 Pag. 30 Pag. 31 Pag. 32 Pag. 33 Pag. 34 Pag. 36

DEEL 2 DEEL 1

Pag. 10 Pag. 11 Pag. 11 Pag. 12 Pag. 13

melkwegstraat zonweg binckhorstlaan fokkerhal plangebied trekvliet

fig. 1 Situatie tekening Binckhorst. bron: eigen tek.

5

DEEL 1De opgave van de domeinspecifieke uitwerking Urbanism bestaat primair uit het onderzoeken en uitwerken van een deelgebied van het Masterplan dat voor de Binckhorst is ontwikkeld. Het onderzoek en de uitwerking vinden plaats op twee schaalniveaus, beginnend met een stedenbouwkundig plan voor het deelgebied. Daarin worden de stadsplattegrond, de bouwvelden en het netwerk van openbare ruimtes gedimensioneerd. Vervolgens een inrichtingsplan waarbij een ontwerp wordt gemaakt voor een structuurbepalend element van de openbare ruimte. Het onderzoeken en ontwerpen heeft vragen opgeroepen waarop gedurende het ontwerpproces getracht wordt een antwoord te geven. Bijvoorbeeld een vraag als: hoe kan het industrile karakter van de locatie gewaarborgd worden in samenhang met woningen? Door middel van onderzoek, analyses van de locatie en literatuur wordt getracht een antwoord te vinden op deze en andere vragen.

H1: Beschrijving ontwerpopgave

6

DEEL 11.1 Historische Analysedoor velen beschouwd als historisch erfgoed. Daardoor is de vraag ontstaan: Hoe kan de huidige kwaliteit van de Binckhorst gewaarborgd worden bij de ontwikkeling van het gebied tot een nieuw stedelijke centrum? De structuur van de Binckhorst wordt gekenmerkt door een drietal elementen. Ten eerste is er de Binckhorstlaan die de centrale as vormt voor het gebied en tevens een belangrijke verkeersader is naar het centrum van de stad. Ten tweede wordt het gebied aan de noordzijde begrensd door het spoor en het rangeerterrein van de NS en ten derde is er aan de zuidzijde het Trekvliettrace Den Haag is het kloppend hart van de politiek en een stad van vele kantoorgebouwen. De stad heeft haar uitbreidingsvermogen naar buiten uitgeput en is daarom op zoek naar herontwikkelingsgebieden binnen de stadsgrenzen. Wat eerder gerealiseerd is met Laakhaven staat op het punt te gebeuren met de Binckhorst, een industriegebeid grenzend aan het centrum van Den Haag. De Binckhorst kenmerkte zich al in de 16e eeuw als een dienstverlenend gebied voor de stad. In vroeger tijden werd er turf gestoken, maar vanaf 1920 werd het ontwikkeld als industriegebied beginnend met de Binckhorsthaven. Sedert de jaren 50 is de Binckhorst plaats gaan bieden aan grote fabrieken zoals de betoncentrale aan de Trekvliet met daarnaast een groot scala aan kleine en middelgrote bedrijven die variren van grafische ontwerpbureaus, bouwmarkten, opslagruimten en een grote diversiteit aan autogerelateerde bedrijven. De typische bedrijvigheid die in de loop der jaren is ontstaan heeft een sterke band met de stad en door het historische karakter van deze bedrijven en de bedrijfsgebouwen wordt het geheel nu

fig. 2 turfwinning. bron: www.geheugenvannederland.nl.

fig. 3 Escherhal. bron: monumentenboek bsc 6.

fig. 4 Trekvliet bij betoncentrale. bron: presentatie boek Binckhorst E19.

7

DEEL 11.2 Analyse Binckhorst: Woonbehoefte:Den Haag heeft in een ambitieus plan (Structuurvisie Den Haag 2020, p.5) gesteld dat de stad een ontwikkeling zal moeten ondergaan om de positie van 4e mainport van de Randstad te versterken. Dit houdt onder andere in dat er een grote hoeveelheid woningen gerealiseerd moet worden waarvan 5.500 op de Binckhorst.

Sociale controle:De Binckhorst kent door zijn functie als industrie- en bedrijventerrein veel ruimte die ongebruikt is of geen functie heeft en waar dus weinig verkeer plaatsvindt. Hierdoor worden deze ruimten onveilig en zijn zij veelal verloederd. Tal van dit soort plekken, grote en kleinere, zijn in de Binckhorst verspreid aanwezig.

Geluid:Lawaai is in een industriegebied onvermijdelijk, maar kan aanvaardbaar zijn als er in de buurt niet wordt gewoond. De betoncentrales in het zogenoemde Binckhorst-Zuid overschrijden echter de voor de aanpalende woongebieden geldende geluidsnormen.

Richtingsloze ruimte:Gebrek aan regie op de ontwikkeling van de Binckhorst heeft ertoe geleid dat het gebied is opgedeeld in een aantal grote kavels zonder dat sprake is van een verfijnde structuur. Er is op kleine schaal te veel richtingsloze ruimte ontstaan. Kwaliteit van de openbare ruimte: De huidige situatie van de openbare ruimte in de Binckhorst verschilt sterk, enerzijds zijn er kleine intieme ruimte/kamers anderzijds zijn er plekken met grote open ruimte met een wijd blikveld. Typerend aan deze plekken is echter dat ondanks de rauwe uistraling het onveilige plekken zijn weinig activiteit plaatsvindt.

1.3

Eisen en randvoorwaarden vanuit het master- en stedenbouwkundig plan:

Gedurende de masterplangame BK6060 Gebiedsontwikkeling zijn er eisen en randvoorwaarden geformuleerd, waaraan voldaan moet worden in het uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Zij vormen het belangrijkste kader voor het inrichtingsplan. 8 Behouden van de historische bedrijvigheid en gebouwen. Verhogen van de dichtheid door middel van woningen. Waarborgen van sociale veiligheid. Ruimte laten en ruimte maken.

DEEL 11.4 Probleemstelling plangebied:aangezien de ruimte op dit moment niet openbaar is. Het sterke punt van het gebied is de overdaad aan ruimte. De grote open ruimte, die zo kenmerkend is voor industriegebieden, geeft het gevoel van vrijheid, maar een teveel aan open ruimte kan ook beleefd worden als vacum. Een fraai object dat wel structurerend is, is het imposante kraanspoor, dat het begin en het einde van het gebied markeert, dat een duidelijke zichtlijn vormt en een orintatie biedt op het water. De uitdaging bij de planvorming voor het gebied ligt in het vinden van een balans tussen de kwaliteit van het industrile karakter en de introductie van stedelijke functies als wonen, werken en voorzieningen. Dit houdt in dat de functie van het gebied drastisch moet veranderen en dat tegelijkertijd de sfeer en de kwaliteit van het industrile erfgoed behouden blijft.

1.5

Beschrijving lokatie plangebied:

De lokatie voor het inrichtingsplan betreft het terrein waar op dit moment de betoncentrale gevestigd is. Het gebied heeft een oppervlakte van 3,1 ha en wordt begrensd door de monumentale Escherhal, de Melkwegstraat. De Zonweg en het Trekvlietkanaal. Het gebied kenmerkt zich door de harde strakke lijnen van het kraanspoor, door het grid van betonplaten en door de grote opslagsilos aan het einde van het kraanspoor. Door de verder vrije invulling van het terrein zijn er weinig aangrijpingspu