Meten en vergelijken: kengetallen verzamelen over je digitale collecties

  • View
    12

  • Download
    0

Embed Size (px)

Transcript

  1. 1. METEN EN VERGELIJKEN: KENGETALLEN VERZAMELEN OVER JE DIGITALE COLLECTIES Jeroen Walterus (FARO) Gerhard Jan Nauta (DEN) Informatie Aan Zee, 17 september 2015
  2. 2. Opzet Kennismakingsrondje Definities: digitale collectie, kengetallen, indicatoren Waarom zijn indicatoren belangrijk? Goede indicatoren I Voorbeelden Pratische oefening Goede indicatoren II (/eisen)
  3. 3. Kennismakingsrondje Achtergrond? Instelling? Vanwaar de keuze voor deze workshop? [afhankelijk v.h. aantal deelnemers]
  4. 4. Definities
  5. 5. Digitale collectie Het totaal aan gedigitaliseerde en born-digital erfgoed objecten, inclusief de bijbehorende metadata, in een culturele (erfgoed) instelling.
  6. 6. Indexcijfer Indexcijfers zijn verhoudingsgetallen. Hiermee kun je verschillende grootheden met elkaar vergelijken. Je kunt bijvoorbeeld als grootheid het aantal inwoners van Nederland nemen en de bevolkingsgroei door de jaren heen met elkaar vergelijken. Het basisjaar (het jaar wanneer je begint te meten) wordt altijd gelijkgesteld aan 100. Een indexcijfer wordt ook wel een kengetal genoemd.
  7. 7. Kengetal Een verhoudingscijfer, aangemaakt op basis van verschillende indicatoren.
  8. 8. Indicatoren In essentie zijn indicatoren tekens of signalen van iets dat bestaat of waar is. Indicatoren worden gebruikt om de aanwezigheid of toestand van iets inzichtelijk te maken. Je zou aan de hand van indicatoren de staat van het digitaal erfgoed in een instelling of land kunnen omschrijven: Hoe staan we ervoor? Wat hebben we bereikt? Is gedaan wat van ons verwacht werd? Een indicator is een kwantitatieve maat. Belangrijk: een (kwantitatieve) indicator kan gebruikt worden om gegevens te verstrekken over de kwaliteit van een activiteit, een project of een programma.
  9. 9. Waarom zijn indicatoren belangrijk? Belang voor de instelling Overkoepelend belang Vergelijkbaarheid: ideaal zijn indicatoren die beide belangen dienen Inzicht in trends en ontwikkelingen over de langere termijn Beter inzicht in het functioneren van de eigen instelling Extra informatie voor een gefundeerd cultuurdebat Materiaal voor vergelijking met andere sectoren/instellingen/op andere schaal
  10. 10. Soorten indicatoren Kwantitatieve indicatoren Data meten op een numerieke schaal Bijv. percentage instellingen met born-digital collecties Prestatieindicatoren Meten effectiviteit v.e. activiteit, project of programma Bijv. aantal EU gefinancierde digitaliseringsprojecten dat de afgesproken digitaliserings-targets behaald heeft Indicatoren van succes Het meten van de verdiensten van een activiteit, project of programma Bijv. percentage van de geaccumuleerde digitale collecties in de EU dat via het Europeana portal beschikbaar is voor het publiek [straks een voorbeeld] Accountability Verantwoording afleggen over de prestaties en/of resultaten v.e. activiteit, project of programma Bijv. percentage erfgoedinstellingen dat op het gebied van digitale duurzaamheid werkt volgens internationale standaarden
  11. 11. Goede indicatoren I
  12. 12. Duidelijkheid en Beknoptheid Een goede indicator is duidelijk en beknopt. Zon indicator zoomt in op iets enkelvoudigs dat relevante informatie kan verschaffen over de stand van zaken. Het ideaal is informatie die de strategische inzichten oplevert, welke je nodig hebt voor effectief plannen maken en het verantwoord nemen van beslissingen.
  13. 13. Practische uitvoerbaarheid / Acuratesse Een ander kenmerk van goede indicatoren is dat het verzamelen van de gewenste betrouwbare en geloofwaardige data doenlijk is. Verder typeert goede indicatoren dat ze precies en op het juiste moment meten wat ze zouden moeten meten. (Als het practisch ondoenlijk is om de benodigde data - op het juiste moment - te verzamelen, of als de verzamelde data van geen belang zijn, is de indicator nutteloos.)
  14. 14. Twee accenten Lokaal belang (insteling) Overkoepelend belang (koepelorganisatie, regio, land)
  15. 15. Voorbeelden
  16. 16. Indicatoren Cultuurindex Nederland AEX voor de culturele sector 80 indicatoren, 11 kernindicatoren, 4 pijlers Capaciteit Ondernemingen/ instellingen Infrastructuur Arbeidsmarkt Geldstromen Inkomsten (excl. overheid) Overheids- bijdragen Omzet creatieve industrie Participatie Bezoek Beoefening Consumptie Concurrentie- kracht Nationaal Internationaal
  17. 17. Indicatoren Cultuurindex voorbeeld 1 90 100 110 120 2005 2007 2009 2011 Capaciteit Participatie Geldstromen Concurrentiekracht Totaalindex
  18. 18. Indicatoren Cultuurindex voorbeeld 2
  19. 19. Indicatoren ENUMERATE Thematisch Netwerk; Europeana; Observatory Core Survey 1-3: 20 indicatoren, verdeeld over 4 themas Aanbod Voortgang digitalisering Beleid ja/nee Kosten Jaarlijkse kosten Ratio structurele incidentele kosten Vraag Soorten gebruik Monitoring Duurzaamheid Beleid ja/nee Standaarden
  20. 20. Groei van digitale collecties (Aanbod) Aanwezigheid digitale erfgoed collectie Aanwezigheid born digital erfgoed collectie Aanwezigheid van beleid m.b.t. groei digitale collecties Percentage beschreven in collectieregistratie-systeem Percentage digitaal gereproduceerd Percentage nog digitaal te reproduceren (per object type)
  21. 21. Indicatoren ENUMERATE voorbeeld 1 84% 82% 79% 87% 89% 41% 51% 39% 42% 38% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Total Other type of institution Library Museum Archive/Records office Written strategy Digital collection Digitale collectie ja/nee (n=993) en digitaliseringsbeleid ja/nee (n=835)
  22. 22. Indicatoren ENUMERATE voorbeeld 2
  23. 23. Praktische oefening in groepjes Brainstormen: wat zou je willen weten over de digitale collecties van je eigen instelling? Noteer alle mogelijke indicatoren. Kies daarna met de groep gezamenlijk 1 indicator uit per thema/pijler: aanbod, vraag, geldstromen, duurzaamheid. Concretiseren: bespreek met de groep de uitgekozen indicator en stel vast: Of en hoe je de gegevens verzamelt of zou kunnen verzamelen Hoe vaak je zou moeten verzamelen Verantwoording: bespreek met de groep per thema/pijler en uitgekozen indicator de volgende punten: Voor wie zijn de verzamelde gegevens bedoeld? Wat heb je er aan (/gehad)? Presenteren. Korte presentatie: per groep presenteert n persoon kort de bevindingen.
  24. 24. Wat maakt een indicator goed?
  25. 25. Wat maakt een indicator goed? Gericht op actie: de indicator moet iets bewerkstelligen. Als het moeilijk is om je voor te stellen wat je in de praktijk met de gegevens van een indicator kunt doen is het waarwschijnlijk geen goede indicator. Van gewicht: betrokkenen moeten het erover eens zijn dat de bij de indicator verzamelde gegevens substantieel bijdragen aan het verhelderen/verbeteren van bijv. de dienstverlening van een instelling. Meetbaar: het moet niet alleen duidelijk zijn hoe de benodigde gegevens verzameld worden, maar het verzamelen moet ook haalbaar en betaalbaar zijn. Simpel: het is vaak effectiever om te werken met simpele, voor alle betrokkenen begrijpelijke indicatoren, dan om veel tijd en geld te steken in het ontwikkelen van de perfecte indicator
  26. 26. Voorbeeld van een goed gedefinieerde indicator kenmerk voorbeeld Titel Definitie Doel Rationale Meetmethode (Teller/Noemer) Berekening Verzamel-wijze data Verzamel- gereedschap Verzamel-frequentie Disaggregatie Guidelines Sterke/zwakke punten Uitdagingen Bronnen