of 18 /18
DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDEL SPIER ORIGO INSERTIE FUNCTIE m. ERECTOR SPINAE (dorsale romp spier) Bestaande o.a. uit: m. Spinalis m. Semispinalis m. Longissimus m. Iliocostalis m. Multifidus

Dorsale spieren van rug en schoudergordel

Embed Size (px)

Text of Dorsale spieren van rug en schoudergordel

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEm. ERECTOR SPINAE (dorsale romp spier)Bestaande o.a. uit:m. Spinalism. Semispinalism. Longissimusm. Iliocostalism. Multifidus

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEBestaande o.a. uit:os sacrumos occipitaledeze spiergroep zorgt voor het overeind houden van de wervelkolomDe m. Erector spiergroep houdt de wervelkolom overeind en geeft steun. Bepaalt in hoge mate de lichaamshouding n dus ook de innerlijke houding. Geeft informatie over de beweeglijkheid en flexibiliteit van iemand, tegelijkertijd zegt ze iets over iemands stijfheid, onbeweeglijkheid en starheid. Stijfheid van deze spiergroep kan leiden tot klachten van de wervelkolom, tot beknelde zenuwen en tot problemen met de tussenwervelschijven. Deeverschillende rugspieren liggen in lagen van diep naar oppervlakkig. De spieren strekken de wervels, kantelen ze zijwaarts of draaien de wervels. Door samenwerking en/of door de preciese aanhechtingsplek kan ook een gecombineerde beweging plaatsvinden. De aanhechtingspunten op de wervels zijn f aan de processi spinosi (proc. spin) f aan de processi transversi (proc. transv) Reflectorisch leidt spanning in deze spiergroep vaak tot klachten van organen als blaas en nieren (e.o.) Massage van deze spiergroep benvloedt blaas en nieren (er bestaat dus een wisselwerking) Energetisch kan spanning leiden tot een energiestoring in de Gouverneursvat- en Blaasmeridianen.

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEmm. RHOMBOIDEIMINOR/MAJOR(Ruitvormige spier)

  • De m.Rhomboidei heeft zijn origo in proc.spinosi C6 tot Th4 en zijn insertie op margo medialis scapulae

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEmm. RHOMBOIDEIMINOR/MAJOR(Ruitvormige spier)Proc. SpinosiC6 Th4margo medialis scapulaeElevatie, endoratie scapulaeDe m. Rhomboideus minor en de m. Rhomboideus major zijn vaak met elkaar vergroeid.Reflectorisch houden zij verband met het orgaan de lever. De conditie van deze spieren (vooral rechts) zegt iets over de conditie van de leverEnergetisch gezien kan spanning in deze spieren leiden tot energieverandering in de Blaas- en Levermeridiaan

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEm. LEVATOR SCAPULAE(schouderbladheffer)

  • De m.levator scapulae heeft zijn origo in de proc.transversi C1-C4 en zijn insertie op het angulus superior scapulae

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEm. LEVATOR SCAPULAE(schouderbladheffer)Proc.TransversiC1 C4angulus superior scapulaeelevatie, endoratie scapulaeDe m. Levator scapulae heeft een correlatie met de maag. Spanning in de maag kan zich uiten in deze spier en omgekeerd. Dit kan weer gevolgen hebben voor de energie van de Maagmeridiaan

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEm. SERRATUS ANTERIOR)(voorste getande spier)

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGOINSERTIEFUNCTIEm. SERRATUS ANTERIOR)(voorste getande spier)1e 9e rib(lateraal)Margo medialis scapulae (ventraal)exorotatie scapula, houdt margo medialis van scapula stevig tegen thoraxDe m. serratus anterior heeft reflectorische banden met de longen, bronchin en het diafragma Energetisch gezien kunnen klachten van deze spier van invloed zijn op de Longmeridiaan.Deze spier is de antagonist van de mm. Rhomboidei

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGO INSERTIEFUNCTIEm. TRAPEZIUS (monnikskapspier) bestaande uit:Elevatie van de schouder

  • De m. Trapezius: pars decendens heeft zijn origo in os occipitale en de proc.spinosi C1-C7 en zijn insertie op het laterale deel clavivula, acromionDe m. Trapezius: pars transversa heeft zijn origo op de proc.spinosi C7-TH3 en zijn insertie op het spinae scapula, acromionDe m. Trapezius: pars ascendens heeft zijn origo op de proc.spinosi TH3-12 en zijn insertie op het mediale deel van spinae scapula, acromion

  • DORSALE SPIEREN VAN RUG EN SCHOUDERGORDELSPIERORIGO INSERTIEFUNCTIEm. TRAPEZIUS (monnikskapspier) bestaande uit:pars descendens (dalende deel)os occipitale proc. Spinosi C1 C7laterale deel clavicula, acromionpars transversa (dwarse deel)proc. Spinosi C7 Th3spina scapulae, acromionpars ascendens (opstijgende deel)proc. Spinosi Th3 Th12mediale deel spina scapulaeElevatie van de schouderAlle drie de delen zorgen voor fixatie en stabilisatie van het schouderblad (scapula) en de schouder-gordelEr is n spier waarbij iedereen meteen herkent dat geestelijke spanning zich direct op lichamelijk niveau manifesteert: de m. Trapezius. De spier bedekt een groot deel van de rug, maar het bovenste deel (pars descendens) voelt meestal het eerst gespannen aan. Constante spanning in het bovenste deel van de m. Trapezius kan gevolgen hebben voor alle functies in het hoofd.

  • DORSALE SPIEREN VAN DE SCHOUDERGORDEL MET DE AANHECHTING OP DE HUMERISPIERORIGO INSERTIEFUNCTIEm. SUPRASPINATUS(bovendoornspier)Fossa supraspinata scapulae (holte boven spinae scapulae)Tuberculum majus humeri (de grote knobbel van het opperarmbeen)Abductie humerism. INFRASPINATUS(onderdoornspier)Fossa infraspinata scapulae (holte onder spinae scapulae)Tuberculum majus humeri (de grote knobbel van het opperarmbeen)exorotatie humeris

  • DORSALE SPIEREN VAN DE SCHOUDERGORDEL MET DE AANHECHTING OP DE HUMERI SPIERORIGO INSERTIEFUNCTIEm. TERES MINOR(kleine ronde armspier)Margo lateralis scapulae (buitenrand schouderblad lateraal)Tuberculum majus humerus grote knobbel opperarmbeenExorotatie humerus (een beetje)m. TERES MAJOR(grote ronde armspier)Angulus inferior scapulae lateraal (onderste hoek van het schouderblad)Crista tuberculi minoris humerus kam van de kleine knobbel opperarmAdductie, retroflexie, endorotatie humerus

  • DORSALE SPIEREN VAN DE SCHOUDERGORDEL MET DE AANHECHTING OP DE HUMERISPIERORIGO INSERTIEFUNCTIEm. LATISSIMUS DORSI(brede rugspier)Proc.spinosi Th7 L5 sacrum, crista iliaca, (= kam darmbeen) laatste 4 ribbenCrista tuberculi minoris humerus kam van de kleine knobbel opperarmAdductie, retroflexie, endorotatie humerus

  • DORSALE SPIEREN VAN DE SCHOUDERGORDEL MET DE AANHECHTING OP DE HUMERI SPIER ORIGOINSERTIEFUNCTIEm. DELTOIDEUS (deltaspier) bestaande uit:pars anterior (pars clavicularis)laterale deel claviculaTuberositas deltoidea van de humeruspars media (pars acrominalis)acromionpars posterior (pars spinalis))Spina scapulae

  • DORSALE SPIEREN VAN DE SCHOUDERGORDEL MET DE AANHECHTING OP DE HUMERI SPIER ORIGO INSERTIEFUNCTIEAntiflexie, endorotatie humerusDe m. Deltoideus is vaak betrokken bij klachten van het schoudergewricht. Massage van de: m. deltoideus pars anterior benvloedt refelectorich de longen en bronchin m. deltoideus pars media/posterior benvloedt de circulatie in de armen en handenKlachten v.d. deltaspier pars anterior hebben gevolgen voor de energie in de longmeridiaan Klachten van de deltaspier pars media/posterior hebben gevolgen voor de energie in de Dikke darm-, Dunne darm- en de Drievoudige warmtebron- meridiaanAbductie humerusRetroflexie, exorotatie humerus