of 120 /120
Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO Pagina 1 van 120 Professionele bachelor Secundair onderwijs Departement Lerarenopleiding Academiejaar 2010-2011 2BR-Theorie: FITNESS Deel: Traumatologie 2PBSO Auteur(s): Wim De Boeck Dit cursusdeel is overgenomen uit: - Cavens, M. (2004). Traumatologie en letselpreventie [opleidingscursus basismodule fitness]. BLOSO - Staes, F. (2009). Preventie van sportletsels: een benadering gericht op de individuele atleet. Leuven: Acco. - Sip, W. (2010). Kracht en stabiliteitstraining: over training en revalidatie. Zeist: Kerckebosch bv. PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Traumatologi e

Embed Size (px)

Text of Traumatologi e

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Professionele bachelor Secundair onderwijsDepartement Lerarenopleiding Academiejaar 2010-2011

2BR-Theorie: FITNESSDeel: Traumatologie 2PBSO Auteur(s): Wim De Boeck

Dit cursusdeel is overgenomen uit: Cavens, M. (2004). Traumatologie en letselpreventie [opleidingscursus basismodule fitness]. BLOSO Staes, F. (2009). Preventie van sportletsels: een benadering gericht op de individuele atleet. Leuven: Acco. Sip, W. (2010). Kracht en stabiliteitstraining: over training en revalidatie. Zeist: Kerckebosch bv.

Pagina 1 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Pagina 2 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Traumatologie

Pagina 3 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Inleiding In het maatschappelijke leven is de rol van sport het laatste decennium wezenlijk veranderd. Sportactiviteiten beoefenen wordt een normaal onderdeel van het dagelijkse leefpatroon van steeds meer mensen. Die groei, zowel in aantal actieve deelnemers als in belevingsintensiteit, leidt tot behoefte aan meer toegepaste en specifieke begeleiding van de sporters. Het arbeidsterrein van de personal trainer strekt zich uit over het hele gebied van de sport en omvat zowel recreatie -als wedstrijd en/of prestatie en/of topsport. Zowel door topsporters als door mindere goden wordt de grens van de fysieke belastbaarheid benaderd. Het optrekken van deze belastbaarheid is het doel van de training.

Met het toenemen van de trainingsintensiteit die nodig is om het in alle niveaus van de sportbeoefening stijgende prestatieniveau te bereiken, wordt steeds vaker de grens van de belastbaarheid van het locomotorisch systeem bereikt, en in een aantal gevallen overschreden. De zorg voor het locomotorisch systeem neemt daarom een essentile plaats in binnen de training van een atleet. De rol van de personal trainer bestaat erin om, tijdens de post-revalidatie van de sporter, verschillende specifieke en functionele oefeningen aan te bieden en te begeleiden zodat de sporter zo snel mogelijk zijn sportactiviteiten kan hervatten. In het eerste deel van de cursus wordt er heel algemeen bekeken welke 2 grote groepen letsels er bestaan en wat hier de oorzaken van kunnen zijn. Verder wordt er in dit deel een korte beschrijving gegeven van de verschillende manieren waarop men bij een letsel de juiste diagnose kan stellen. Deel II geeft een overzicht van de verschillende letsels aan de hand van hun weefseltype. Eerst worden de meest voorkomende letsels in de fitnessruimte uitgeschreven en daarna wordt er een beknopte beschrijving aangeboden van verschillende bijzondere pathologien waarmee een personal trainer in zijn carrire mee te maken zou kunnen krijgen. Het derde deel handelt over verschillende letsels over heel het lichaam. Hierin worden enkele letsels beschreven die typerend zijn voor enkele lichaamsdelen. Ook hier weer worden er letsels beschreven die de personal trainer in zijn praktijk wel eens kan tegenkomen.

Pagina 4 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

In het laatste deel gaan we nog even kort in op de preventieve maatregelen die kunnen getroffen worden door de sporter of door de personal trainer om de letsels tot een minimum te beperken. Verder zal in dit deel door de studenten zelf een programma worden opgemaakt waarin ze een fictieve atleet zullen begeleiden in zijn post-revalidatie. Hierbij zullen ze hun kennis, vergaard door de cursus, en andere bronnen kunnen gebruiken. Het doel van de cursus is de cursisten kennis bij te brengen van de verschillende letsels en traumatologie van de sport. Verder wordt er van de cursisten verwacht om deze kennis om te zetten naar de praktijk in de vorm van aangepaste trainingsschemas in overleg met andere betrokken partijen.

Pagina 5 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Inhoudstafel Inleiding Inhoudstafel Referenties 4 6 10

Deel I Sportletsels algemeen Hoofdstuk 1: Wat zijn sportletsels? Hoofdstuk 2: Oorzaken van sportletsels 2.1 Persoonsgebonden/intrinsieke factoren 2.1.1 Lichamelijke factoren 2.1.2 Gedragsfactoren 2.2 Omgevingsgebonden/extrinsieke factoren 2.2.1 Persoonlijk sportuitrusting 2.2.2 Externe factoren 2.2.3 Menselijke factoren 2.2.4 Sportspecifieke factoren 2.3 Conclusie Hoofdstuk 3: Diagnose van sportletsels 3.1 Acute letsels 3.2 Chronische letsels 3.3 Technische onderzoekingen 3.3.1 Rntgenonderzoek en computertomografie 3.3.2 Isotopenscan 3.3.3 Echografie 3.3.4 Thermografie 3.3.5 Nucleaire magnetische resonantie 3.3.6 Elektromyografie 3.3.7 Artroscopie

12 12 13 14 14 15 16 16 16 17 17 18 18 18 19 19 19 21 22 22 23 24 25

Pagina 6 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Deel II: Letsels naar weefseltype

27

Hoofdstuk 1: Meest voorkomende sportletsels in de fitness en aerobicsruimte 27 1.1 Musculotendineuze letsels 1.1.1Chronische musculotendineuze letsels 27 27

1.1.1.1Oorzaken van chronische peesontstekingen28 1.1.2 Acute musculotendineuze letsels 1.1.2.1 Distraction strain 1.2 Contusion strain 1.3 Myositis ossificans Hoofdstuk 2: Bijzonder pathologien 2.1 Ligamentaire letsels 2.2 Gewrichtsletsels 2.2.1 Biomechanische functionele eenheid 2.2.2 Biologische functionele eenheid 2.2.3 Gewrichtsbandletsel 2.3 Fracturen 2.3.1 Letsels aan de groeikraakbeenschijven 2.3.2 Afrukkingsfracturen 2.3.3 Stressfracturen 2.3.4 Osteochondrale fracturen 2.4 Blaarvorming 2.5 Bursitis 2.6 Spierkrampen 2.7 Entrapment-neuropathie 2.8 Shin splints Deel III: Letsels naar lokalisatie Hoofdstuk 1: De wervelkolom 34 34 35 38 39 39 44 44 44 45 46 46 48 49 50 52 52 53 53 54 57 57

Pagina 7 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

1.1 Lage rugklachten 1.2 Morbus Scheuermann 1.3 Spondylolyse en sponylolysthese Hoofdstuk 2: De schoudergordel 2.1 Rotator cuff aandoeningen 2.1.1 Het impingement syndroom 2.2 Het glenohumeraal gewricht 2.2.1 Kapselletsels 2.2.2 Schouderluxaties 2.2.3 Habituele schouderluxatie Hoofdstuk 3: De elleboog 3.1 Tenniselleboog 3.2 Golferelleboog Hoofdstuk 4: De pols 4.1 Carpaal tunnelsyndroom Hoofdstuk 5: De bekkengordel 5.1 Pubalgie 5.2 Afrukkingsfracturen ter hoogte van het bekken Hoofdstuk 6: De knie 6.1 Tendinopathien 6.2 Ligamentaire knieletsels 6.3 Meniscusletsels 6.4 Chondromalacia patellae Hoofdstuk 7: Het onderbeen 7.1 Periostitis tibialis Deel IV: Preventie Hoofdstuk 1: Inleidende aspecten

58 62 62 65 65 65 68 68 69 70 72 73 74 75 76 77 78 79 79 80 83 87 88 89 90 92 92

Pagina 8 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

1.1 Preventieniveau 1.2 Epidemiologie als basis voor het bepalen van risicofactoren 1.3 De taak van de begeleiding Hoofdstuk 2: Epidemiologie van sportletsels 2.1 Epidemiologie van letsels in het voetbal Hoofdstuk 3: Mogelijke interventies ter preventie van sportletsels 3.1 Primaire preventie: inleidende aspecten

93 94 95 98 99 101 101

3.2 Primair preventieniveau: een aantal mogelijke aandachtspunten 102 3.3 Secundair/tertiair preventieniveau Deel V: Revalidatie Hoofdstuk 1: Lichamelijke herstelprocessen na een blessure 1.1 De ontstekingsfase 1.1.1 De vasculaire fase 1.1.2 De cellulaire fase 1.2 De proliferatiefase 1.3 De remodellerings of maturatiefase Hoofdstuk 2: De rehaboom 2.1 Kracht 2.2 Uithoudingsvermogen 2.3 Snelheid 110 112 112 113 113 113 114 115 116 118 119 120

Pagina 9 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Referenties

Geschreven bronnen Cavens, M. (2004). Traumatologie en letselpreventie [opleidingscursus basismodule fitness]. BLOSO Broos, P. (1991). Sportletsels. Leuven/Apeldoorn: Garant. Staes, F. (2009). Preventie van sportletsels: een benadering gericht op de individuele atleet. Leuven: Acco. Sip, W. (2010). Kracht en stabiliteitstraining: over training en revalidatie. Zeist: Kerckebosch bv. Van der Poel, G. (red.).(2010).Sportgericht: vakblad voor specialisten in beweging, nr.1-6. Steenwijk: Grafisch bedrijf Gorter. van den Brand, J.G.H. (2004). Clinical Aspects of lower leg compartment syndrome [Thesis]. Utrecht: Universiteit van Utrecht Wyffels, P. (2007). Behandeling van een eerste acute enkeldistorsie. Minerva, 6 (5), pp. 79-81. Farasyn, A. (2007). Nieuwe inzichten in verband met lage rugpijn [Informatie aan de pers]. Brussel: Vrije Universiteit Brussel Derks, V. (2006). Het effect van conservatieve behandeling van lumbale spondylolyse bij sporters [Afstudeeropdracht]. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

Internetbronnen http://www.bbckeerbergen.be/bestanden/documenten/Sportletsels.pdf http://www.ksk-ronse-jeugd.be/pdf/sportongeval.pdf http://www.hhr.be/pdf/CT.pdf http://www.ziekenhuis.nl/index.php?cat=afdelingen&afdelingen=afdeling&id=7 http://users.telenet.be/dokter.vanschoenbeek.bvba1/lit/enkeldistorsie_AB.pdf KNLTB. (31.03.2011). Knieblessure bij jongeren: Osgood-Schlatter. [31.03.2011, KNLTB: http://www.knltb.nl/cms/showpage.aspx?id=691]. KNLTB. (31.03.2011), Springschenen: mediaal tibiaal stress syndroom [31.03.2011, KNLTB: http://www.knltb.nl/cms/showpage.aspx?id=691]. http://www.hbo-kennisbank.nl/nl/page/hbosearch.results/?query=spondylolyse http://www.jointinjury.com/knee/index.htm KNLTB. (31.03.2011), Zweepslag [31.03.2011, KNLTB: http://www.knltb.nl/cms/showpage.aspx?id=691].

Pagina 10 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Traumatologie1

1

Afbeelding gevonden op: http://www.elements4health.com/joint-troubles.html

Pagina 11 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Deel I: Sportletsels algemeenDoelstellingen van dit deel Aan het einde van dit deel moet je in staat zijn om: Aan te geven welke de 2 grote groepen van sportletsels zijn; Wat de verschillende risicofactoren kunnen zijn van sportletsels; Op welke verschillende manieren men een diagnose kan stellen bij een sportletsel en welke methode het meest aangewezen is.

HOOFDSTUK 1: Wat zijn sportletsels?Een sportletsel of sportblessure is een lichamelijke schade opgelopen tijdens of als gevolg van het beoefenen van sport. Dit letsel kan variren van een blaar tot een botbreuk, van een snijwonde tot een peesontsteking. Sportletsels kunnen worden ingedeeld op de manier waarop ze ontstaan:

-

Acute sportletsels Letsels die optreden ten gevolge van een eenmalig acuut trauma tijdens de sportbeoefening. Dit is een letsel dat zich plots voordoet als gevolg van een ongeval. Voorbeelden: een kneuzing, verstuiking, breuk.

-

Chronische letsels of overbelastingsletsels: Dit zijn letsels die veroorzaakt worden door verschillende factoren die in combinatie met elkaar tot overbelasting leiden. Deze letsels komen

langzamerhand tot stand; de symptomen worden steeds erger. Voorbeelden: peesontsteking en beenvliesontsteking.

Pagina 12 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

HOOFDSTUK 2: Oorzaken van sportletselsWanneer we het ontstaan van sportletsels nader beschouwen, dan onderscheiden we twee grote groepen oorzakelijke factoren: de persoonsgebonden (intrinsieke) factoren enerzijds en de omgevingsgebonden (extrinsieke) factoren anderzijds.

Figuur 1: Risicofactoren voor sportblessures2

2

Afbeelding gevonden op: http://www.bbckeerbergen.be/bestanden/documenten/Sportletsels.pdf

Pagina 13 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

2.1. Persoonsgebonden/intrinsieke factoren De eerste groep factoren heeft te maken met de sporter zelf. Het zijn de persoonsgebonden factoren. Dit kunnen zowel lichamelijke factoren als gedragsfactoren zijn. Deze risicofactoren worden ook wel eens de endogene risicofactoren genoemd omdat ze inherent zijn aan de persoon die zich inspant en die belast wordt.

2.1.1. Lichamelijke factoren zoals: Leeftijd: naarmate men ouder wordt, neemt het uithoudingsvermogen, de spierkracht en de elasticiteit van de weefsels af. Afname van de spierkracht en elasticiteitsvermindering van de pezen en de ligamenten begint rond het dertigste levensjaar. Na het vijftigste levensjaar worden ook de beenderen brozer, wat meer uitgesproken is bij vrouwen na de menopauze.

-

Biomechanische eigenschappen: afwijkingen ter hoogte van de heupen, knien, enkels of rug liggen dikwijls aan de basis van sportletsels. Ook onevenwicht tussen linker- en rechter lichaamshelft is een duidelijke trigger. Aansluitend ziet men een verschil in letselfrequentie bij mannen en vrouwen. Zo zullen vrouwen sneller knieklachten vertonen bij eenzelfde inspanning omdat hun bekken meestal breder is dan dat van mannen, waardoor de hoek tussen onder en bovenbeen groter wordt (meer neigen naar X-benen). Personen met platvoeten zullen sneller achillespeesontstekingen ontwikkelen. Verschillen in beenlengtes zijn ongunstig voor de rug, etc.

Pagina 14 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Figuur 2: Biomechanische afwijkingen3

-

Ervaring en conditie: Iemand met minder ervaring is letselgevoeliger, enerzijds door de ontbrekende techniek en anderzijds doordat het lichaam (spieren, pezen, hart, ...) nog niet voldoende aangepast is aan de inspanningsgebonden eisen.

-

Ziekte: sporten tijdens ziekte is meestal af te raden. Infecties kunnen complicaties opleveren ter hoogte van de hartspier met ernstige gevolgen.

-

Trainingsprogramma: Onvoldoende warming-up is een veelvoorkomende oorzaak van letsels. Een onevenwichtig trainingsprogramma, waarin inspanning en herstel niet in balans zijn of waarin erg eenzijdig getraind wordt zijn triggers voor lichamelijke letsels.

2.1.2. Gedragsfactoren zoals: Mentale weerstand en stabiliteit: Dit heeft zijn weerslag op de inzet, verwachting, volharding, dosering en indirect op de letselgevoeligheid. Iemand met een heftig temperament zal sneller risicos nemen of minder doordacht trainen. Atleten die

3

Afbeelding gevonden op: http://www.footclinic.it/en_posturologia.asp

Pagina 15 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

regelmatig geplaagd worden door sportletsels, vertonen vaak een erg extravert karakter naast een emotionele labiliteit. Voeding: Een evenwichtige voeding en voldoende vochtopname aangepast aan de lichamelijke activiteit zijn noodzakelijk voor het goed presteren en het letselvrij blijven. Algemene verzorging: Vermijd zoveel mogelijk excessen, maar probeer zo evenwichtig mogelijk te leven. Beperk alcohol, mijd roken, neem voldoende rust, etc. 2.2. Omgevingsgebonden/extrinsieke factoren De andere factoren bepalen de situatie en worden de omgevingsgebonden of exogene risicofactoren genoemd: ze benvloeden van buitenaf de zich inspannende sportman en staan rechtstreeks in verband met de (uitwendige) omstandigheden waarin de sportbeoefening gebeurt. Deze invloeden kunnen enerzijds een eenmalige

geweldinwerking zijn waardoor een macrotrauma ontstaat, of anderzijds een reeks van herhaalde repetitieve microtraumata die uiteindelijk zullen resulteren in zogenaamde overbelastingsletsels. We kunnen ze onderverdelen in persoonlijke uitrusting, externe factoren, menselijke factoren en sportspecifieke factoren.

2.2.1. Persoonlijke sportuitrusting: Het materiaal kan gebreken vertonen, is soms weinig verstelbaar of van mindere kwaliteit. Het is belangrijk dat het materiaal kan worden aangepast aan de sportbeoefenaar. Juist schoeisel is niet onbelangrijk. Te ruime schoenen kunnen blaarvorming in de hand werken, terwijl nauw schoeisel peesaandoeningen kan veroorzaken ter hoogte van de teenextensoren en de achillespees. Hoge sportschoenen zijn beschermend 2.2.2. Externe factoren: Ondergrond: een harde ondergrond bevordert het ontstaan van maar beperken de beweeglijkheid.

peesaandoeningen ter hoogte van de onderste ledematen en bevordert kuitletsels. Verlichting: een slechte verlichting kan het zicht belemmeren. Infrastructuur: in fitnessruimten kunnen de toestellen te dicht bij elkaar staan of de aerobicruimte kan te klein zijn. De vloeren of verluchting laten te wensen over

Pagina 16 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

2.2.3. Menselijke factoren: Tegenstander: De concurrent kan bij een bepaalde sportbeoefening op een agressieve manier spelen waardoor het risico op letsels bij beide partijen vergroot.

Afbeelding 1: Agressieve tegenstander 4

-

Leraar LO: Tijdens de lessen LO kan het zijn dat de leerkracht niet genoeg rekening houdt met het niveau van de leerlingen en hen onder druk zet qua moeilijkheid van prestaties. Hierdoor kan het zijn dat een leerling op een onverantwoorde en onveilige manier zijn grenzen zal trachten te overschrijden.

2.2.4. Sportspecifieke factoren: Prestatiegericht trainen: meestal staat dit los van gezondheidsgerelateerde doelstellingen. Een goede gezondheid is nochtans onontbeerlijk voor het leveren en behouden van een goede conditie en goede prestaties. Een topsporter zal veel bewuster trainen, zijn lichaam beter verzorgen en berekende risicos nemen. Vrijetijdssporter: meestal veel gevoeliger voor kwetsuren. Zijn lichaam is minder getraind en minder aangepast en dus ook veel kwetsbaarder. Regelmatige lichamelijke activiteit is nochtans onontbeerlijk voor een goede gezondheid. Omwille van deze redenen is het zeer belangrijk bij het opstellen van een trainingsprogramma zoveel mogelijk rekening te houden met de

gezondheidstoestand en het fitnessniveau van de sporter. Sportspecifieke letselproblematiek: Iedere sportactiviteit heeft zijn eigen typische letselproblematiek, eigen aan het soort sport er beoefend wordt. Op jaarbasis4

Afbeelding gevonden op: http://www.dailymail.co.uk/sport/football/article-517951/Kovac-blasts-brutalitytackle-Eduardo.html

Pagina 17 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

worden ongeveer 85% van de squashers en badmintonspelers geconfronteerd met kwetsuren. Voor de regelmatige joggers of lopers daalt dit percentage tot ongeveer 65%. Groepssporten vs solitaire sportbeoefening: Het is logisch dat in groepssporten ook door interactie met medespelers letsels kunnen ontstaan, terwijl het in solitaire sportbeoefening meestal gaat om chronische sportletsels, overbelastingsletsels.

2.3. Conclusie Het is duidelijk dat eenmalige brutale exogene krachtinwerkingen zoals contact met medespeler of tegenstander slechts voor een relatief gering percentage (9%) van alle sportletsels kunnen worden verantwoordelijk gesteld. Veelal gaat het om repetitieve microtraumata en overbelastingsletsels. De sportbeoefenaar zelf gaat hierbij niet steeds vrijuit. In zowat 57% van de gevallen spelen factoren zoals gebrek aan conditie, onvoldoende technische vaardigheid en oververmoeidheid een belangrijke rol. 22% van de letsels is terug te voeren tot uitwendige factoren zoals de vloer van de sporthal, de toestand van het terrein, het schoeisel. Hieruit blijkt dat, mits goede medische begeleiding, aangepaste trainingsschemas, optimalisatie van een reeks technische factoren, voor meer dan 75% van de sportletsels preventieve maatregelen mogelijk zijn.

HOOFDSTUK 3: Diagnose van sportletsels.Het is niet eenvoudig om bij elk sportletsel en snelle en adequate diagnose te stellen. Vooral met de eerder atypische pijnklachten die uitgelokt zijn door overbelastingsletsels van de zachte weefsels is men niet altijd even vertrouwd. Nochtans verwacht de atleet zo vlug mogelijk weer tot (top)prestaties in staat te zullen zijn. De situatie verschilt echter sterk als het gaat om een acuut, dan wel om een eerder chronisch letsel. 3.1 Acute letsels Situaties waarbij een sportman plotseling met een van pijn vertrokken gezicht neervalt en na snelle behandeling met een spons, een spray of een zalfje weer rechtveert, zijn voldoende bekend. Iedereen is dan onder de indruk van deze miraculeuze handelingen die onmiddellijk alle spier-, pees-, of gewrichtsbandletsels hebben geheeld. Nochtans is er meer nodig dan enkel de kennis van enkele wondermiddeltjes om op de plaats van een acuut ongeval adequate eerste hulp te bieden. Men moet in staat zijn alle acute traumatische letsels, ook de minder banale, te diagnosticeren en de ernst ervan te

Pagina 18 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

onderkennen. Men moet ook letten op zware open verwondingen met uitwendig bloedverlies en risico van latere infectie en tetanus, fracturen en luxaties, wervelletsels, etc. Ook de sportarts moet in staat zijn een hypovolemische shock5 te herkennen en de botbreuken te spalken, in afwachting van transport. 3.2 Chronische letsels Aandoeningen zoals tenniselleboog, achillespeestendinitis en lumbalgien6 zijn erg frequent in de sportgeneeskundige praktijk. Spierpeesletsels en kraakbeenbeschadiging zijn het gevolg van repetitieve overbelasting. De meeste chronische letsels worden mits enige ervaring gemakkelijk gediagnosticeerd. Men mag evenwel niet vergeten ook voldoende aandacht te besteden aan bepaalde exogene of endogene risicofactoren zoals malalignement, slecht schoeisel, gebruik van doping of anabolica, slechte eetgewoonten. 3.3. Technische onderzoekingen Zeker voor sportlui, die heel erg veel van hun locomotorisch systeem vergen, is het uiterst belangrijk dat de weefselbeschadiging veroorzaakt door microtraumata goed wordt gevalueerd. Men maakt hiervoor gebruik van rntgenonderzoekingen en

computertomografie (CT), isotopenscan, echografie, thermografie, nucleaire magnetische resonantie (NMR), elektromyografie en artroscopie. Deze onderzoeken worden echter pas na een grondige klinische evaluatie gericht uitgevoerd. 3.3.1. Rntgenonderzoek en computertomografie (CT) Opvallende botafwijkingen zoals fracturen, dislocaties, en displastische letsels worden met het rntgenonderzoek gemakkelijk opgemerkt. Steeds worden opnamen gemaakt in twee loodrecht op elkaar staande richtingen.

5

Sterk verminderde doorbloeding van het lichaam (= circulatoire shock) door ernstig bloedverlies (bijv. door ongeluk) of vochtverlies (bijv. door ernstige brandwonden). Symptomen: Bleekheid, flauwvallen, bewusteloosheid en slecht functioneren van vrijwel alle organen. (http://www.gezondheidsnet.nl/ziekten/3068/hypovolemische-shock) 6 Lumbalgie is een algemene term en betekent gewoon rugpijn. De oorzaak van lumbalgie kan gelegen zijn in de verschillende onderdelen van de rug (http://www.ergodome.be/ergonomie/mechanische-rugklachten.php)

Pagina 19 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Afbeelding 2: Rntgenfoto van het onderbeen7

Vergrotingsopnamen, opnamen met zwakke penetratie en tomogrammen geven bijkomende informatie over zeer kleine cortexonderbrekingen of weke-

delenbeschadiging. Computertomografie (CT) geeft een uitstekend beeld van bot en wekedelenstructuren, en wel in verschillende ruimtelijke vlakken.

Afbeelding 3: CT scan van de knie 87 8

Afbeelding gevonden op: http://www.beglium.be/magazine/tags/sport = onderbeen van Wasilewski Afbeelding gevonden op: http://www.gentili.net/FBI/knee_-_ct.htm

Pagina 20 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Dit onderzoek maakt gebruik van rntgenstralen (zoals een gewone radiografie of RX opname), maar in plaats van een gewone foto, maakt dit toestel doorsneden door het lichaam.9

Op

deze

manier

kunnen

onder

meer

complexe

acetabulumfracturen , wervelfracturen en letsels aan de discus intervertebralis in beeld worden gebracht. Na toedienen van een contrastof (CT artro) kunnen ook meniscusscheuren, bandscheuren en kraakbeenbeschadiging worden gezien.

3.3.2. Isotopenscan Een botscan met technetium 99 m is vooral nuttig om zeer vroegtijdig (nog voor het rntgenbeeld enige afwijking te zien geeft) stressfracturen en periostitis (shin splints) te diagnosticeren. Voor weke-delenbeschadiging (tendinitis, fasciitis10, myositis, bursitis) is dit type van onderzoek minder bruikbaar.

Afbeelding 4: isotopenscan 11

9

Breuk van de kom van het heupgewricht (http://www.ziekenhuis.nl/index.php?cat=afdelingen&afdelingen=afdeling&id=7) 10 Ontsteking van de oppervlakkige bedekking van de spieren, net onder de huid (http://zoeken.dokterdokter.nl/woord/fasciitis) 11 Afbeelding gevonden op: http://www.andullation.eu/investigaties

Pagina 21 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

3.3.3. Echografie Echografie is een snel en veilig middel om heel wat musculo-tendineuze letsels te objectiveren en hun evolutie te volgen. Ter hoogte van de spierbuik kunnen spieronderbrekingen, intra- of extramusculaire hematomen en ook degeneratieve of littekenachtige letsels zoals verkalking, posttraumatische cysten en myositis ossificans in beeld worden gebracht. Het onderzoek laat ook toe gehele of totale rupturen en chronische ontstekingsletsels ter hoogte van achillespees en patellapees te zien. Ook bij epicondylitis kunnen afwijkingen worden aangetoond. Rotator-cuff-letsels kunnen worden vastgesteld, maar voor een nauwkeurige evaluatie van de lokalisatie en de ernst van het letsel, met het oog op heelkundig herstel, is hier een artrografie meer aangewezen.

Afbeelding 5: echografie van een spierscheur in de kuit 12

3.3.4. Thermografie Door middel van een infraroodcamera kan de warmte-uitstraling van de huid en van onderhuidse structuren worden geregistreerd. Het onderzoek geeft bijgevolg informatie in verband met lokale ontstekingsprocessen en eventuele stoornissen in de vascularisatie (doorbloeding). Het onderzoek is echter enkel van toepassing voor oppervlakkige letsels ter hoogte van de spieren (partile ruptuur) en rond de

12

Afbeelding gevonden op: http://www.wellnesscentreameide.nl/page/voorbeelden-echografie

Pagina 22 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

gewrichten (aanhechtingstenopathien, bandletsels, entrapment-syndromen) en laat dan toe de evolutie te volgen.

Afbeelding 6: Thermografie weight transfer injury13

Naarmate de inflammatoire processen afnemen wordt er minder warmte waargenomen. Het onderzoek kan ook gebruikt worden om vasomotorische stoornissen14 ter hoogte van de vingers te detecteren: bijvoorbeeld als gevolg van de koude bij bergbeklimmers of als gevolg van repetitief trauma bij kaatsers. 3.3.5. Nucleaire magnetische resonantie (NMR/MRI) Beeldvorming door middel van nucleaire magnetische resonantie (NMR) berust op het verschil in gedrag van protonen uit de weefsels van het lichaam onder invloed van een sterk magnetisch veld.

13 14

Afbeelding gevonden op: http://www.thermaldiagnostics.com.au/about-b-t-d/thermography-filling-the-gap Stoornissen van de vernauwing of verwijding van de bloedvaten (http://www.woorden.org/woord/vasomotorisch)

Pagina 23 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Afbeelding 7: NMR (of MRI) scan van de knie 15

Anders dan bij het CT-onderzoek, is men bij NMR niet gebonden aan een vastliggend opnamevlak. De uit de patint komende signalen worden in de computer door middel van een assenkruis gereconstrueerd. Door het assenkruis te draaien verkrijgt men beelden in verschillende vlakken. Op deze manier kunnen er meer informatieve beelden worden bekomen dan bij een gewoon

rntgenonderzoek of CT. Het vrij dure onderzoek wordt vooral gebruikt om pezige structuren (achillespees, te fascia plantaris) Het en intra-articulaire wordt ook structuren om

(kruisbanden)

visualiseren.

onderzoek

gebruikt

differentieeldiagnose te stellen tussen stress-facturen met periostale reactie, myositis ossificans en osteosarcoma, wat bij gewone rntgenbeelden dikwijls erg moeilijk tot onmogelijk is

3.3.6. Elektromyografie (EMG) Een standaard elektromyogram is nuttig als er een aandoening van een perifeer neuron vermoed wordt. De ernst van het letsel kan bepaald worden maar niet de etiologie. Een positief EMG heeft een vrij absolute waarde, maar een normaal onderzoek laat niet toe een aandoening met zekerheid uit te sluiten. Het onderzoek geeft ook inlichtingen over de recuperatie van de zenuwuitval.

15

Afbeelding gevonden op: http://www.geuzens.net/wp/archives/15

Pagina 24 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Figuur 3: EMG 16 3.3.7. Artroscopie Vooral voor onderzoek en behandeling van knieletsels is de artroscopie van onschatbare waarde gebleken. Aldus kunnen meniscusletsels (met uitzondering van de achteroren van de mediale meniscus), kruisbandletsels en

kraakbeenbeschadiging beter dan op gelijk welke andere wijze gediagnosticeerd en soms behandeld worden.

Figuur 4: Artroscopie in de schouder 1716

Afbeelding gevonden op: http://nursingcrib.com/nursing-notes-reviewer/medical-surgicalnursing/electromyography-emg/ 17 Afbeelding gevonden op: http://www.nlm.nih.gov/medlineplus/ency/imagepages/19863.htm

Pagina 25 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Het onderzoek wint ook een belang voor exploratie en behandeling van andere gewrichten zoals de schouder en de elleboog en in minder mate de enkel, de heup en de pols.

Pagina 26 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Deel II: Letsels naar weefseltypeDoelstellingen van dit deel Aan het einde van dit deel moet je in staat zijn om: De meest voorkomende sportletsels in de fitness -en arobicsruimte op te sommen en kort uit te leggen; De oorzaken en behandeling van deze sportletsels aan te geven; Verschillende bijzondere pathologien op te noemen en kort uit te leggen. De verschillende fracturen te geven en uit te leggen. Kennis te tonen van de behandeling van de verschillende pathologien.

HOOFDSTUK 1: Meest voorkomende sportletsels in de fitness -en aerobicsruimteOm het even welke spier-peeseenheid, gewricht, bot of onderhuidse structuur kan tijdens de sportbeoefening beschadigd worden. Dikwijls zullen de principes van behandeling dezelfde zijn, waar ook het letsel gelokaliseerd is.

1.1.

Musculotendineuze letsels

Musculotendineuze (spier-pees) letsels beslaan zo een 30% van alle sportletsels. De letsels kunnen op verschillende plaatsen gelokaliseerd zijn, zowel op de spierbuik zelf, ter hoogte van de pees, ter hoogte van de overgang spier-pees als ter hoogte van de aanhechting op het bot. Peesweefsel kan grote krachten weerstaan, maar zijn beter bestand tegen longitudinale krachten dan tegen tangentile. Door overbelasting (acuut of chronisch) ontstaan er ontstekingsreacties met mogelijk een gedeeltelijke of volledige ruptuur tot gevolg. Een scheur doet zich meestal voor op de minst doorbloede plaats. Bij een achillespeesontsteking is dit bijvoorbeeld op 2 6 cm boven het hielbeen. Spieren die meerdere gewrichten overbruggen zoals de m.quadriceps, de hamstrings of de m.gastrocnemius en de biceps brachii, liggen eerder oppervlakkig en zijn daarom gevoeliger voor chronische en acute letsels.

1.1.1. Chronische musculotendineuze letsels Chronische spier en peesletsels zijn het gevolg van repetitieve overbelasting. Zij worden bijgevolg in de hand gewerkt door vermoeidheid,

Pagina 27 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

spierzwakte, spierischemie18 of voorafgaande acute letsels. Pijn als gevolg van de chronische ontstekingsreactie staat centraal en wordt door de sportactiviteiten uitgelokt, maar verdwijnt bij rust. Een typisch voorbeeld is de chronische tendinitis.

Figuur 5: Meest voorkomende plaatsen van tendinitis 19

1.1.1.2 Oorzaken van chronische peesontstekingen (tendinopathien) Tendinopathien zijn het gevolg van endogene en exogene factoren: 18 19

relatieve ischemie van de pezen tijdens inspanning; statische afwijkingen aan de ledematen; metabole stoornissen zoals jicht20 en obesitas; chronische infectieuze toestanden (caris, abces,); onaangepast schoeisel, te harde sportvloeren, stratenloop,; overtraining of verandering van trainingsgewoonten; anabolica-gebruik.

Onvoldoende doorbloeding van de spier (http://www.gezondheidsplein.nl/woordenboek/letter/I) Afbeelding gevonden op: http://www.sonorex.ca/world/index.html 20 ontsteking van de gewrichten door een verhoogd urinezuurgehalte in het bloed. (http://zoeken.dokterdokter.nl/woord/jicht)

Pagina 28 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Vijftal types overbelastingsletsels Tendinitis: echte peesontsteking, komt zelden voor. Meestal hebben we te maken met tendinopathien Tenosynovitis: ontsteking van de peesschede, vooral aan de pols en de enkel met zwelling en crepitaties Enthesitis: er ontstaat inflammatie van de peesaanhechtingen. Voorbeelden: jumpers knee, voetballerslies, tenniselleboog, Bursitis: ontsteking van de slijmbeurs Tendinose: wanneer in een verder stadium en bij blijvende belasting van een tendinopathie de zieke pees een mucode degeneratie ondergaat. Deze hoeft niet noodzakelijk vooraf te gaan door een pijnlijke acute tendinitis. Evolutie van het ziektebeeld van het letsel 1. Pijn bij zware inspanning die verdwijnt bij rust 2. Pijn bij gewone inspanningen en bij vermoeidheid 3. Continue pijn 4. Verdere degeneratie met mogelijk spontane ruptuur

De echografie is nuttig om de aard van de peesdegeneratie in beeld te brengen. Sportspecifieke locaties van het letsel Naar gelang de bedreven sporttak zijn er verschillende lokalisaties. Voorbeeld: Lopers en wielrenners: Wielrenners: Werpers: Springers en basketbalspelers: Behandeling De behandeling van chronische musculotendineuze letsels bij atleten is een moeilijke en lang aanslepende aangelegenheid. Dikwijls zit er niets anders op dan de sportman aan te raden zijn trainingsschemas drastisch te veranderen of zelfs achillespees pes anserinus m.biceps brachii ligamentum patellae

Pagina 29 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

gewoonweg zijn sportactiviteiten af te bouwen. Bij de behandeling van dit soort letsels is het aangewezen om het stadium van het letsel te bepalen en daarna de daarbij horende behandeling te starten.

Stadia 1 en 2: Recent onderzoek heeft het nut van excentrische belasting aangetoond (zie kader). De patint moet pijnvrij zijn na de oefeningen! Relatieve belasting, ijsfricties, NSAID (Nonsteroide AntiInflamatoire Drug, hoge dosis gedurende 1 week), fysiotherapie. Risicofactoren uitschakelen (hoge of verkeerde belasting, geringe belastbaarheid). Stadium 3: Stadium 4: Als acuut letsel behandelen Volledige ontlasting Corticoden21 Soms heelkunde of extracorporele schoktherapie

21

Corticosteroden zijn geneesmiddelen die afgeleid zijn van bijnierschorshormonen zoals iedereen die zelf in de bijnieren aanmaakt. Ze worden vooral gebruikt omdat ze ontstekingsreacties waaronder allerlei vormen van eczeem en andere huidziekten snel en effectief onderdrukken. (http://www.rivas.nl/%7B097d67f7-ba3f467d-b16b-32b4e87ad62b%7D)

Pagina 30 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Onderzoek naar behandeling tendinopathienWetenschappelijk onderzoek heeft bij achillestendinopathie vermindering van pijn door 12 weken excentrische training aangetoond. Bij een excentrische aanspanning verlengt de spier zich, meegaand met de zwaartekracht. Het is waarschijnlijk dat door specifieke excentrische training cellen in de pees worden geprikkeld om nieuwe vezels aan te maken en dat zodoende de degeneratiecyclus wordt doorbroken. Excentrische training volgens Alfredson was in eerste instantie gericht op klachten van het middelste gedeelte van de achillespees, voornamelijk voorkomend bij duursporters. Men dient hierbij van volledige plantairflexie (maximaal hoog op de tenen staan) langzaam door te zakken naar volledige dorsaalflexie (maximaal door de enkel zakken), waarbij eindstandige rek op de kuitspieren ontstaat. Het

trainingsprogramma duurde 12 weken en gaf bij 32% van de proefpersonen een vermindering van klachten. () Excentrische training laat dus veelbelovende uitkomsten zien met betrekking tot pijnafname. Wat betreft de invloed van excentrische training op terugkeer in de sport is er echter nog weinig bekend. () Het combineren van excentrisch trainen met een specifiek opbouwend krachtprogramma lijkt noodzakelijk.Bron: van der Zanden, B. & Rehorst, J. (2010). Met pijn naar de shuttle: Een korte behandeling van achillespeesklachten bij badminton. Sportgericht, jaargang 64 (nr. 5), p. 18-22.

Wat zeker niet doen: Immobilisatiegips Corticod infiltereren in de pees Corticod infilteren in de achillespees of patellapees of in tendinose Tweede corticodinjectie als eerste geen effect geeft na 2 3 weken Nooit meer dan 3 corticodinjecties NSAID in kleine dosis gedurende lange tijd geven

Pagina 31 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Voor een optimale heling: 1) Het helingsproces van weke weefsels verloopt in 3 fasen:

Figuur 6: Helingsproces weke weefsels 22

1. Inflammatoire fase: Deze duurt ongeveer twee dagen en mag niet afgeremd worden. van In de deze fase vergroot rond de het

permeabiliteit

capillairen

beschadigde weefsel. Hierdoor worden erytrocyten en leukocyten aangevoerd, die nodig zijn voor het herstel. Afremmen van dit proces vertraagt het herstel. 2. Proliferatiefase: Duurt ongeveer twee weken waarin collageen en bindweefsel gevormd wordt. 3. Regeneratiefase: Duurt afhankelijk van de activiteit een viertal weken. In deze fase zal het nieuwe weefsel onder invloed van trek en duwkrachten gemodelleerd worden en aan elasticiteit winnen. 2) De behandeling moet zo snel mogelijk gestart worden. Naarmate men langer wacht is er meer gevaar voor irreversibele overbelastingsschade 3) Omdat atleten op een zeer persoonlijke manier op hun letsel reageren, moet de behandeling individueel worden aangepast.22

Afbeelding gevonden op: www.agrofertil.com.py

Pagina 32 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Rust of activiteit? 1) Inflammatoire fase: RICE (Rust, Ijs, Compressie en Elevatie) voor het gekwetste gebied. Geen warmte, noch massage de eerste twee dagen. 2) Proliferatiefase: Gelimiteerd actief gebruik, mobilisatie zonder weerstand (bevordert de kwaliteit van het elastine), statische contracties. Beperkt mobiliseren binnen de ROM (Range Of Motion). 3) Regeneratiefase: Langzaam de activiteit opbouwen

Oefentherapie Een goede oefentherapie is essentieel tijdens de revalidatieperiode (de proliferatiefase en vooral de regeneratiefase). Helende weefsels zullen er hun biologische eigenschappen door behouden en er ontstaat minder littekenvorming. Men onderscheidt: krachttraining, mobilisatieoefeningen, proprioceptieve

oefeningen en sportspecifieke training. 1) Krachttraining Men begint met isometrische contracties, eerst zonder bijkomende last. Nadien wordt het gewicht van het lidmaat zelf als last gebruikt. Dan volgen dynamische oefeningen met toenemende belasting en snelheid. Initieel moet er worden getraind binnen de pijngrenzen. 2) Mobilisatie Krachttraining vermindert eerder de gewrichtsbeweeglijkheid, zodat het best ook gelijktijdig met mobilisatie gestart wordt. De beweeglijkheid van een gewricht is weliswaar afhankelijk van het omgevende bindweefsel, maar toch is de toestand van spierpeesstructuren van overwegend belang. Mobilisatieoefeningen en spierstretching moeten in elk trainingsschema worden ingebouwd, zowel voor jongere als voor oudere atleten. 3) Proprioceptie Proprioceptieve oefeningen zijn nodig om de interactie tussen enerzijds zenuwstelsel en anderzijds spieren, pezen, gewrichten en ligamenten weer op gang te brengen. Zo is het nut van evenwichtsoefeningen op een schommelbank na enkelblessures waarbij de bezenuwing van gewrichtsbanden en kapsels

beschadigd is, duidelijk bewezen. De oefeningen moeten wel

Pagina 33 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

gedurende zes acht maanden, met korte onderbrekingen, worden voortgezet. 4) Sportspecifieke training Oefeningen voor die spier-peeseenheden die bij bepaalde

sportactiviteiten vooral belast zullen worden, moeten steeds het hervatten van de competitie voorafgaan. Dit geldt niet alleen voor de verwonde lichaamsdelen.

1.1.2. Acute musculotendineuze letsels Acute musculotendineuze letsels ontstaan als gevolg van een plotselinge uittrekking (distraction strain) 1.1.2.1. Distraction strain Een distraction strain ontstaat wanneer de plotseling inwerkende longitudinale belasting groter is dan de kracht die de spier-peeseenheid zelf kan opbrengen. Oudere leeftijd, oververmoeidheid, onvoldoende opwarming, dehydratatie en anabolicagebruik zijn voorbeschikkende factoren. Men onderscheidt 3 graden:

Figuur 7: Gradaties van acuut spier-peesletsel 23

1. Eerstegraadsletsel (elongation, verrekking): De spierpeeseenheid is nergens onderbroken maar enkel harmonisch in haar geheel uitgerekt. Stoppen met sporten is niet steeds noodzakelijk, maar de prestaties kunnen verminderd zijn.

23

Afbeelding gevonden op: http://www.rc-epinay.org/sante3.php3

Pagina 34 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

2. Tweedegraadsletsel (claquage, zweepslag): De spier-peeseenheid is onvolledig onderbroken. Meestal is er aanzienlijk functieverlies. Lokale druk of rekken van de spier-pees veroorzaakt pijn.

3. Derdegraadsletsel: Spier-peeseenheid is nu volledig onderbroken. Meest voorkomende letsels zijn: ruptuur van de lange kop van de m.biceps brachii, ruptuur van de m.rectus femoris, ruptuur van de achillespees, minder frequent ruptuur van de hamstrings. De scheur komt nagenoeg steeds voor in een chronisch ontstoken pees, al heeft de sportman mogelijk voordien nooit enige last ondervonden. Pijnklachten en functieverlies zijn meestal minder

uitgesproken dan bij een tweedegraadsletsel. Behandeling Relatieve rust gedurende 24 48 uur RICE Eventueel na 24 48 uur: fysio

Wat zeker niet doen Corticodinfiltratie Immobilisatie

1.2. Contusion strain Door uitwendig geweld van een stompe krachtbron kan de spier plotseling worden aangedrukt tegen de onderliggende botstructuren. Dikwijls worden dan ook de dieper gelegen spieren beschadigd. (Vb: bij voetballers een letsel aan de bovenbeenspieren veroorzaakt door de knie van een tegenstander.)

Pagina 35 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Men onderscheidt intramusculaire en intermusculaire hematomen. De prognose en behandeling zijn verschillend.

1.

Intramusculaire hematomen: De hematoomvorming is hier beperkt door de intacte spierfascia, het epimysium24. De druk binnen dit epimysium zal bijgevolg toenemen, de bloeding wordt snel gecomprimeerd, het hematoom blijft beperkt. Er ontstaan aanslepende klachten van zeurende pijn en functieverlies.

Figuur 8: Intramusculair hematoom 25

2.

Intermusculaire hematomen De bloeduitstorting ontstaat hier ook tussen de fasciale ruimten en het interstitium. Deze hematomen zijn veel minder self limiting, zodat ze erg volumineus kunnen worden en vooral naar distaal uitbreiden en afzakken. Er zijn ook intramusculaire hematomen aanwezig. Er bestaat reel gevaar voor een logesyndroom (zie kader).

24 25

Bindweefselomhulling rond een spierbundel (http://www.encyclo.nl/lokaal/10729) Afbeelding gevonden op: http://www.mijnhemofilie.be/nl/hemofilie/de-effecten/

Pagina 36 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Afbeelding 8: Intermusculair hematoom 26

Het compartiment syndroom of logesyndroomEen compartiment syndroom is een toestand waarbij de doorbloeding en functie van de weefsels binnen een beperkte ruimte bedreigd worden door verhoogde druk binnen die ruimte. (FA Matsen III, 1980) Een compartiment syndroom kan overal in het lichaam voorkomen, maar het onderbeen is het vaakst aangedaan. Dit heeft te maken met de bouw, de functie en de positie van het onderbeen aan het lichaam. Mede door de kwetsbaarheid van het onderbeen loopt het een hoog risico op een verwonding tijdens ongevallen. Bij een ongeluk in het verkeer - als automobilist, als fietser of als voetganger -, maar ook bij sportongevallen, komen letsels van het onderbeen vaak voor. Een breuk van het scheenbeen (de tibia) of kneuzing van de spieren zal in zon geval snel leiden tot een bloeduitstorting met zwelling van weefsels.

Bron: van den Brand, J.G.H. (2004). Clinical Aspects of lower leg compartment syndrome [Thesis]. Utrecht: Universiteit van Utrecht.

Behandeling Eerste twee tot drie dagen: RICE Geen massage, warmte of stretching!

26

Afbeelding gevonden op: http://weesblij.punt.nl/?a=2004-04

Pagina 37 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Rust of activiteit? Skeletspieren hebben een groot herstellend vermogen, dat bijna onmiddellijk na het trauma in werking treedt. Het nieuw gevormde weefsel bevat echter weinig spierweefsel en heel wat bindweefsel en littekenweefsel. Bij de vorming van littekenweefsel wordt granulatieweefsel gevormd dat het herstel afremt. De eerste vijf dagen is immobilisatie aangewezen zodat er een snelle vorming van granulatieweefsel ontstaat. Maar na een vijftal dagen ontstaat er meer en meer littekenweefsel en spierweefsel van inferieure kwaliteit. Door mobilisatie wordt de resorptie van littekenweefsel bevorderd en ziet men een betere organisatie van de spiervezels. Bovendien wordt atrofie van het niet gekwetste spierweefsel voorkomen. Let wel, dit geldt niet voor derdegraadsletsels. 1.3. Myositis ossificans Myositis ossificans is een aanslepend restletsel van een door stomp geweld beschadigde spier. Onder myositis ossificans of spierosteoom verstaat men het voorkomen van heterotope haarden van been of kraakbeen in de weke weefsels. Over het ontstaan bestaan verschillende meningen. Volgens sommigen (Chabrut) is het een ossificatie van vrijgekomen en gemigreerde osteoblasten uit een naburig beschadigd weefsel ter hoogte van het beenvlies. Anderen (Pison) menen dat het bindweefsel (littekenweefsel) chemische en enzymatische veranderingen ondergaat waarbij

mineralisatie en ossificatie optreedt. De diagnose wordt vermoed wanneer een atleet chronische klachten blijft vertonen, lange tijd na een voorafgaande contusie met hematoomvorming of na repetitieve kleinere traumata. De verbeningshaarden zijn radiologisch zichtbaar.

Behandeling Preventief elk wekedelenletsel adequaat behandelen. Vroegtijdige cryotherapie en rust. Slechts zeer geleidelijk aan training en sportactiviteiten hernemen, geen passieve mobilisatie of overdreven spierbelasting tijdens de herstelperiode. Bij myositis ossificans kan een rustperiode tot n jaar voorgeschreven worden. Indien de myositishaard voor blijvende pijn en functievermindering zorgt, is een heelkundig verwijderen aangewezen. Massage en infiltraties vermijden.

Pagina 38 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

HOOFDSTUK 2: Bijzondere pathologien2.1. Ligamentaire letsels Ligamenten zijn sterke, stugge banden die beenderen ter hoogte van de gewrichten verbinden. Ze bevorderen de stabiliteit van het gewricht. Verstuikingen of verzwikkingen van een gewricht worden veroorzaakt door een plotse krachtige beweging die de normale bewegingsgrenzen overschrijdt. De ligamenten worden daarbij aan grote trekkrachten onderworpen en kunnen daarbij verrekken en/of gedeeltelijk of helemaal scheuren.

Begeleidende symptomen zijn: Plotse hevige pijn Zwelling rond het getroffen gewricht Bewegingsbeperking Pijn bij aanraking Dikwijls: vorming hematoom

Bij een ernstige verstuiking verschillen de symptomen niet erg van een ruptuur. Men onderscheidt 3 gradaties:

Figuur 9: Gradaties ligamentaire letsels 2727

Afbeelding gevonden op: http://jay-jee.blogspot.com/2009_11_01_archive.html

Pagina 39 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

1. Eerstegraadsverstuiking: de ligamenten zijn uitgerekt, maar niet gescheurd. Symptomen: Milde tot matige zwelling rond het gewricht Stabiliteit van het gewricht blijft behouden Normale bewegingsmogelijkheid

2. Tweedegraadsverstuiking: de ligamenten zijn gedeeltelijk gescheurd. Symptomen: Meestal een hoorbare knap op het ogenblik van het trauma Matige tot ernstige pijn en zwelling Beperkte beweeglijkheid Hematoomvorming Verminderde gewrichtsstabiliteit

3. Derdegraadsverstuiking: de ligamenten zijn volledig gescheurd Symptomen: Behandeling De eerste 2 dagen: RICE! Een hoorbare knap op het ogenblik van het trauma Matige tot ernstige pijn (de pijn kan soms minder uitgesproken zijn dan bij een gedeeltelijke ruptuur) Ernstige zwelling en meestal hematoomvorming Duidelijke gewrichtsinstabiliteit Een krasserig gevoel Soms puilt het beschadigde weefsel uit aan de verzeerde zijde Sensibiliteitsstoornissen zoals gevoelloosheid of prikkeling.

Het verdere verloop van de behandeling is afhankelijk van de ernst van de verstuiking en dient soms heelkundig opgelost te worden. Een lichte verstuiking kan bij een gezond persoon genezen over enkele dagen of enkele weken. Een ernstige verstuiking met gedeeltelijke ruptuur kan meerdere maanden herstel vragen en kan blijvende klachten veroorzaken, zoals blijvende gevoeligheid, beperkte beweeglijkheid, deformiteit en instabiliteit van het gewricht en herhaalde letsels.

Pagina 40 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Behandeling van een eerste acute enkeldistorsie (samenvatting onderzoek)Klinische vraag Wat is bij een eerste acute enkeldistorsie het effect van verschillende functionele behandelingen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van immobilisatie? Achtergrond De resultaten van eerdere klinische studies ondersteunen het gebruik van functionele behandelingen zoals elastisch verband of brace, bij acute enkeldistorsies. Deze zijn echter niet met elkaar vergeleken en in de meeste studies is geen onderscheid gemaakt tussen een eerste en een recidiverende enkeldistorsie. Bestudeerde populatie Patinten die zich binnen 72 uur na een buitenenkeltrauma aanmeldden op de spoedafdeling van twee universitaire ziekenhuizen of studenten die een universitair gezondheidscentrum of een trainer om dezelfde reden hadden gecontacteerd. Exclusiecriteria: onder andere: 65 jaar, recidief enkeldistorsie en radiologisch aangetoonde fractuur. Uiteindelijk werden 212 patinten met een gemiddelde leeftijd van 26 tot 32 jaar gencludeerd: 30% had een graad I, 55% een graad II en 15% een graad III enkeldistorsie. Onderzoeksopzet Na indeling in drie groepen volgens de ernst van het trauma (kwalificatie van Bergfeld graad I, II en III, zie kader) werden de patinten in een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek verdeeld over de volgende behandelingen: elastisch verband, brace, elastisch verband gecombineerd met brace, gipsverband. Daarnaast kregen alle patinten (via geschreven instructies) een zelfde rehabilitatieprogramma. De patinten hielden een dagboek bij waarin ze hun klachten scoorden door middel van een visuele analoge schaal. Na zes maanden werden ze teruggezien op consultatie.

Pagina 41 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Uitkomstmeting Primaire uitkomstmaat: tijd nodig om weer normaal (zoals vr het trauma) te stappen en trappen te lopen. Secundaire uitkomsten: de tijd nodig om weer het volle gewicht (zonder pijn) op de aangetaste enkel te kunnen dragen en opnieuw dagelijkse activiteiten en sportactiviteiten te kunnen uitvoeren. Tertiaire uitkomstmaat: herval van enkeldistorsie, enkelfunctie en bewegingsuitslag van het enkelgewricht zes maanden na het trauma. De analyse gebeurde volgens intention-to-treat. Resultaten Bij 172 (81%) patinten waren de primaire en secundaire uitkomst en bij 130 (61%) patinten ook de tertiaire uikomst bekend op het einde van de studie. Patinten met een graad I enkeldistorsie, die zowel een elastisch verband als een brace droegen, hadden de helft minder tijd nodig om weer normaal te stappen en trappen te lopen dan patinten die slechts n van deze behandelingen kregen (zie tabel). Patinten met een graad II enkeldistorsie konden het snelst normaal stappen en trappen lopen met een combinatie van elastisch verband en brace. De combinatie van elastisch verband en brace reduceerde de tijd tot herstel met 40% ten opzichte van gips. Bij patinten met een graad III enkeldistorsie was er geen verschil tussen tien dagen brace versus loopgips. Voor graad I enkeldistorsies werden

sportactiviteiten significant sneller hervat na brace + elastisch verband versus brace. Voorgraad II was er significant sneller herneming van dagelijkse activiteiten en sportactiviteiten met elastisch verband of combinatie brace + elastisch verband versus gips. Na zes maanden was er tussen de verschillende behandelingen geen verschil in hervalfrequentie en bewegingsuitslag van het enkelgewricht. Conclusie van de auteurs De auteurs besluiten dat behandeling van een eerste enkeldistorsie graad I of II met de combinatie van elastisch verband n brace sneller leidt tot functieherstel dan elastisch verband, brace of loopgips gedurende tien dagen. Financiering Aircast Inc. Belangenvermenging De auteurs vermelden dat er geen belangenvermenging is.

Pagina 42 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Tabel: Primaire uitkomst (aantal dagen nodig om weer normaal te kunnen stappen en trappen te lopen) voor de verschillende behandelingen volgens de ernst van de enkeldistorsie. Stappen Graad I Elastisch verband Brace Elastisch verband + Brace Graad 2 Elastisch verband Brace Elastisch verband + Brace Gips Graad III Brace Gips 18,56 19,00 18,31 21,08 11,67 13,38 10,10 24,12 13,38 16,38 11,72 27,94 11,16 10,33 4,62 12,05 11,43 5,46 Trappen lopen

Bron: Wyffels, P. (2007). Behandeling van een eerste acute enkeldistorsie. Minerva, 6 (5), pp. 79-81. Eventuele extras over dit onderwerp: http://users.telenet.be/dokter.vanschoenbeek.bvba1/lit/enkeldistorsie_AB.pdf Google: Persmap enkeldistorsie

Pagina 43 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

2.2. Gewrichtsletsels

2.2.1. Biomechanische functionele eenheid Ter hoogte van een gewricht bestaat er een compromis tussen mobiliteit en stabiliteit. De stabiliteit is zowel statisch als dynamisch en wordt bepaald door de botstructuren (statisch), de gewrichtsbanden en het kapsel (deels statisch, deels dynamisch) en de omgevende spieren (dynamisch).

De stabiliteit verschilt van gewricht tot gewricht: hoge stabiliteit bij het heupgewricht, weinig botstabiliteit bij het kniegewricht, waar het bandapparaat maar ook de omgevende spieren erg belangrijk zijn.

Tijdens elke beweging bestaat er een evenwicht tussen stabiliteit en mobiliteit. Dit evenwicht blijft behouden mede dankzij de goede proprioceptieve receptoren in gewrichtskapsel, bandapparaat en spieren. Beschadiging van deze receptoren, zoals zelfs na een banale kneuzing van het gewrichtskapsel, zal onmiddellijk deze neurofysiologische wisselwerking verstoren, met onder meer een snel optredende spieratrofie als gevolg. 2.2.2. Biologische functionele eenheid Gewrichtskraakbeen wordt weinig bevloeid en is bijgevolg kwetsbaar. Toch heeft het de belangrijke taak een vlotte beweging van de gewrichtsoppervlakken ten opzichte van elkaar mogelijk te maken en de schokken op te vangen en gelijkmatig te verdelen. De voeding van het kraakbeen wordt nagenoeg volledig onttrokken vanuit het synoviale vocht. Dit synoviale vocht wordt tijdens beweging en belasting in en uit het kraakbeen geperst. Opdat dit vocht het kraakbeen maximaal zou kunnen binnendringen en voeden is mechanische belasting van het gewricht dus noodzakelijk. Aldus ontstaat de link tussen de biologische en de biomechanische eenheid die een gewricht vormt.

Pagina 44 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Figuur 10: het kniegewricht28 2.2.3. Gewrichtsbandletsel Uit het voorgaande blijkt duidelijk hoe sterk het normale functioneren van het gewricht gebonden is aan de integriteit van de biologische en biomechanische eenheid. Een gewrichtsbandletsel (verstuiking, distorsie, entorsie of sprain) heeft niet alleen een zuiver mechanische weerslag op de gewrichtsstabiliteit. Pijn en verminderde belastbaarheid, bewegingsbeperking en zwelling kunnen ook oorzaak zijn van een potentile kraakbeendesintegratie. Rechtstreekse traumatische kraakbeenbeschadigingen creren intra-articulaire defecten die slechts erg traag of zelfs nooit volledig zullen helen. Ligamenten en kraakbeen zijn immers weinig gevasculariseerde bradytrofe29 weefsels. De restverschijnselen en de recidiven zijn dan ook legio (Once a sprain, always a sprain).

Behandeling In het algemeen gelden de volgende behandelingsprincipes: Klassieke anti-inflammatoire behandeling tijdens het acute stadium (RICE) Immobilisatie tot een minimum beperken, dikwijls functionele

behandeling (taping, bracing) die (partieel) bewegen toelaten.

28 29

Afbeelding gevonden op: http://www.ambulancetechnicianstudy.co.uk/skeletalsystem.html Weefsels die nagenoeg geen haarvaten bevatten en daardoor een slechts heel trage stofwisseling hebben. B.v. ooglenzen, pezen, kraakbeen, tussenwervelschijven.

Pagina 45 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Oefentherapie

gericht

op

het

herstellen

van

de

proprioceptie/neurofysiologische connecties. 2.3. Fracturen Botbreuken zijn relatief zelden voorkomende sportletsels. Men ziet ze hoofdzakelijk bij de contactsporten of de zogenaamde gevaarlijke sporten zoals rugby, voetbal, skin, paardrijden, etc. Andere vormen die men wel aantreft, en meestal het gevolg zijn van overbelasting, zijn: letsels aan het groeikraakbeen (kinderen), afrukkingsfracturen, stressfracturen en osteochondrale fracturen. 2.3.1. Letsels aan de groeikraakbeenschijven (bij jongeren) De celactiviteit ter hoogte van de groeikraakbeenschijven is bij kinderen enorm hoog, vooral tijdens de twee perioden van een echte groeispurt: tussen het zevende en het negende en tussen het twaalfde en het zestiende jaar. Tijdens deze periode wordt er ook dikwijls intens aan sport gedaan.

Behandeling Voldoende lange rust (twee tot twaalf maanden), gipsspalken (acute periode), ijsfricties, analgetica Voorzichtige oefentherapie Sportbeoefening onderbreken of aanpassen zoals zwemmen of handbike. Functionele krachttraining bovenlichaam Soms heelkundig verwijderen van hinderlijke verbeningskern.

Pagina 46 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

De ziekte van Osgood-SchlatterOsgood-Schlatter is een overbelastingsblessure van de knie tijdens de groei. Deze wordt veroorzaakt door voortdurende trek van de kniepees aan de zich ontwikkelende tuberositas tibiae, een verdikking net onder de knieschijf (zie figuur). De aandoening komt het meeste voor bij jongens tussen de 10 en 15 jaar en meisjes tussen de 8 en 13 jaar en vaker bij jongens dan bij meisjes. De klachten zijn een warme, wat opgezette en pijnlijke bobbel onder de knie. Fietsen, traplopen, starten, stoppen, sprinten, springen, diepe kniebuigingen en het op de knien zitten zijn meestal pijnlijk. Bij tennissen treden de klachten vooral op bij lage volleys, links-rechtsoefeningen en serveren. De klachten kunnen zowel plotseling als geleidelijk ontstaan en zijn vaak wisselend aanwezig. De blessure heeft te maken met de groei. Kraakbeen van de groeikern van de tuberositas tibiae (de knobbel net onder de knie) kan minder belasting verdragen dan bot. Zodra de groeikern dicht is en al het kraakbeen is omgezet in bot, zullen de klachten definitief verdwenen zijn. Meestal zijn de klachten echter al voor die tijd over. Gemiddeld duurt de blessure een half jaar, waarbij sommige spelers en speelsters slechts een paar maanden last hebben, anderen wel twee jaar. In een heel enkel geval houdt een speler last na het bereiken van de volwassen leeftijd. In dat geval is er meestal sprake van losse botfragmenten, die operatief verwijderd kunnen worden.

Bron: KNLTB. (31.03.2011). Knieblessure bij jongeren: Osgood-Schlatter. [31.03.2011, KNLTB: http://www.knltb.nl/cms/showpage.aspx?id=691].

Pagina 47 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Epifyseletsel veroorzaakt door sportLokalisatie Condylus humeri of olecranon Wervelkolom Caput femoris Eponiem Palmer Sport Gymnastiek, baseball, tennis, werpsporten Judo, fietsen Voetbal, American football, springen, lopen Tuberositas tibiae Patella Os naviculare pedis Apophysis calcanei Kop metatarsaal II Osgood - Schlatter Sinding - Larssen Khler I Sever Khler II Freiberg Voetbal, springen, lopen Voetbal, springen, lopen 400 m lopen Schermen, voetbal, lopen Schermen, voetbal, lopen, dansenBron: Broos, P. (1991). Sportletsels. Leuven: Garant, p. 52.

Scheuermann Legg Calv -Perthes

2.3.2. Afrukkingsfracturen Bij plotse, zeer heftige krachtontwikkeling, kan als gevolg van de spiercontractie het benige aanhechtingspunt afgerukt worden. Frequente lokalisaties zijn: spina iliaca anterior superior (t.g.v. m. sartorius) en spina iliaca anterior inferior (t.g.v. rectus femoris) ter hoogte van het bekken, het tuber ischiadicum (zitbeenknobbel) (t.g.v. mm. Semimembranosus en semitendinosus) en de trochanter minor van de femur (t.g.v. m. iliopsoas).

Pagina 48 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Figuur 11: afrukking van een deel van de fibulakop dit is een voorbeeld van afrukkingsfractuur bij collateraal ligament30 Behandeling Deze letsels zijn te vergelijken met de derdegraads musculotendineuze letsels en worden ook als dusdanig behandeld. De behandeling is meestal conservatief tenzij er een grote dislocatie is van het botstuk. RICE Eventueel starten met fysiotherapie na n of twee dagen.

2.3.3. Stressfracturen (overbelastingsfracturen) Een stressfractuur is een fractuur die ontstaat in een normaal bot, dat echter op een min of meer chronische manier overdadig en in ongunstige omstandigheden belast is. Hierdoor ontstaan er mogelijk kleine barstjes in de botstructuur. De wellicht meest bekende in deze orde zijn de marsfracturen.

30

Afbeelding gevonden op: http://emedtravel.wordpress.com/2010/05/30/do-you-need-knee-surgery/

Pagina 49 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Figuur 12: Stressfractuur ter hoogte van het onderbeen31

Men ziet de letsels hoofdzakelijk ter hoogte van de metatarsalen, de fibula, de tibiaschaft en de tibiaschotel, het bekken, de femurhals en de wervelkolom. Er is geen voorafgaand acuut trauma maar overbelasting, overtraining en dikwijls slecht schoeisel liggen aan de oorzaak.

Deze letsels zijn moeilijk te diagnosticeren en dikwijls worden ze behandeld als peesontstekingen. Soms is pas na veertien dagen een breuklijn op rntgenfoto zichtbaar.

Behandeling Stoppen met sporten die het letsel belasten Beperken van de belasting gedurende zes tot twaalf weken. Zoeken naar alternatieve sporten die de breuk ontlasten. Materiaal checken: schoenen, ondergrond,

2.3.4. Osteochondrale fracturen Als gevolg van een trauma kunnen kraakbeenfragmenten, al dan niet met bijbehorend bot, intra-articulair loskomen. Wanneer deze verplaatsen spreekt men van een gewrichtsmuis. Ook de meer bekende aandoeningen zoals

chondromalacie patellae en osteochondritis dissecans horen in deze familie thuis.

31

Afbeelding gevonden op: https://waynejoseph.wordpress.com/tag/stress-fractures/

Pagina 50 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Chondromalacie patellae is een verweking van het kraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf. Dit letsel wordt veroorzaakt door overbelasting van het kniegewricht en/of ernstig lichamelijk letsel. Dit letsel wordt verder in de cursus nog besproken.

Wanneer een fragment kraakbeen samen met het stukje ondergelegen bot loskomt van het gewrichtsoppervlak spreekt men van osteochondritis dissecans. Tijdens de groei en rijping van het kraakbeen treedt een storing op waardoor er eilandjes kraakbeen van een slechte kwaliteit kunnen ontstaan. Deze kunnen geheel of gedeeltelijk loskomen van hun ondergrond, gaan zweven in het gewricht, en hierdoor klachten veroorzaken.

Er is dikwijls verkeerdelijk verwarring met ligamentaire letsels, meniscusletsels, kapselletsels, etc. Er is een duidelijke zwelling (hydrops) en een normale gewrichtsstabiliteit. De diagnose kan soms gesteld worden aan de hand van tomografie, CT-scan of artroscopie.

Figuur 13: Osteochondritis dissecans32

Behandeling De behandeling is bijna steeds heelkundig: Verwijdering van de kleine zwevende intra-articulaire fragmenten Glad maken van het kraakbeenoppervlak

Dit wordt zo snel mogelijk gevolgd door een oefentherapie Mobiliseren van het gewrichtsoppervlak Progressieve belasting, komt regeneratie van het kraakbeen ten goede

32

Afbeelding gevonden op: http://www.seattlechildrens.org/medical-conditions/bone-joint-muscleconditions/cartilage-conditions/osteochondritis-dissecans/

Pagina 51 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

2.4. Blaarvorming Blaarvorming ontstaat door chronische wrijving die veroorzaakt wordt door loszittend schoeisel of kousen, of door een slecht aangelegd steunverband. Behandeling Preventief: aangepast schoeisel, dikke zachte kousen, adequate steunverbanden Dak van de blaar wegknippen op niet-statisch belaste plaatsen + antiseptica Eelt nooit wegnemen

2.5. Bursitis Op verschillende plaatsen waar de pezen aan het bot hechten bevinden zich bursae. Deze beschermen de pees tegen voortdurende wrijving over het onderliggende bot. Door krachtige herhaalde bewegingen kunnen irritatieverschijnselen optreden. Bursitis komt dikwijls voor ter hoogte van de knieschijf (prepatellair) en ter hoogte van het olecranon (elleboog).

Behandeling Men tracht d.m.v. een naald het vocht uit de bursa te zuigen. Daarna injectie met corticoden Drukverband voor de volgende 48 uur.

Figuur 14: Bursitis ter hoogte van de elleboog33

33

Afbeelding gevonden op: http://skillbuilders.patientsites.com/article.php?aid=246

Pagina 52 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

2.6. Spierkrampen Spierkrampen zijn onwillekeurige samentrekkingen van spieren. Deze kunnen zowel tijdens activiteit als in rust voorkomen. Dikwijls beweert men dat de oorzaak van spierkrampen dehydratatie en het verlies van mineralen is, maar (!) onderzoek toonde aan dat dit bij inspanningsgebonden spierkrampen niet noodzakelijk zo is.

Voorkomen: Afhankelijk van duur en intensiteit van de inspanning In de hand gewerkt door plotse veranderingen (stijging) in intensiteit Betreft meestal spieren die meerdere gewrichten overbruggen

Oorzaken/ Triggers: Dehydratatie Vermoeidheid tijdens de inspanning, tijdens de rust zelfs s nachts Slechte doorbloeding Te kort aan magnesium Fitheid Temperatuurverschillen: heel koud weer. Bvb: in de lente in de zee gaan en plotse koude door diepte van de zee Lees het artikel: Spierkramp: Wat is eigenlijk de oorzaak? Behandeling Voorzichtig passief stretchen van spiergroep in kramp. (Vb: kuitkramp: dorsiflexie van de voet) Voorzichtige massage Vervanging van de speler. Bij voortzetten van de sportactiviteit zullen er zich opnieuw krampen of zelfs spierscheuren voordoen 2.7. Entrapment-neuropathie Repetitieve overbelasting of chronische externe druk op weke weefsels kan aanleiding geven tot zwelling van de weefsels rond de perifere zenuwen: men spreekt dan van een inklemmings-neuropathie. De aandoening kan op meerdere plaatsen voorkomen en betreft meestal een inklemming tussen ligamentaire structuren en beenweefsel.

Pagina 53 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

De aandoening wordt gekenmerkt door pijn, krachtverlies en sensibiliteitsstoornissen in het getroffen gebied.

De meest voorkomende zijn: Voetpijn door compressie van de nervus plantaris medialis (tarsaal tunnel syndroom) Pijn t.h.v. de elleboog door compressie van de ulnaire zenuw (cubital tunnel syndroom) Pijn in het bovenbeen en lies door compressie van de lokale zenuwen Pijn aan de palmaire zijde ter hoogte van de pols en hand (carpaal tunnel syndroom)

Figuur 15: Tarsaal tunnel syndroom34 Behandeling Anti-inflammatoire zalven Rust Ongeveer 3 4 weken

2.8. Shin splints Shin splint wordt nog steeds gebruikt als overkoepelend begrip voor allerlei pijnklachten ter hoogte van de voorzijde van het onderbeen. De laatste jaren wordt er meer en meer afstand genomen van deze uitdrukking en spreekt men meer van shin pain of scheenpijnen.

34

Afbeelding gevonden op: http://www.myproactivept.com/article.php?aid=262

Pagina 54 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Behandeling Stoppen met sporten hoeft niet zolang de scheenbeenzone niet te zwaar belast wordt. Indien nodig kan er voor alternatieve activiteiten gekozen worden zoals fietsen of zwemmen. Activiteiten met impact op het onderbeen zoals joggen, springen, steppen, etc dienen vermeden te worden. RICE Relatieve rustgeen impact Rekken van verkorte spieren zoals kuitspieren, m. peroneus Versterken van m. tibialis anterior Schoenen aanpassen

Springschenen (beenvliesontsteking)Wat is het? Springschenen, ook wel beenvliesontsteking of scheenbeenirritatie genoemd, is een overbelastingsblessure aan de binnenzijde van het scheenbeen (guur). Het wordt veroorzaakt door een overbelasting van de spieren van het onderbeen (soleus, tibialis posteriar en teenbuigers). Deze spieren spelen een belangrijke rol bij de balans van het lichaam tijdens het staan, lopen en springen. De continue trekkrachten van deze spieren aan het scheenbeen kunnen resulteren in beenvliesontsteking (irritatie van de buitenste laag van het bot).

Pagina 55 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Symptomen De blessure kenmerkt zich door stekende pijn aan de binnenzijde van het scheenbeen, meestal dubbelzijdig. De pijn zit op het bot van het onderste deel van het scheenbeen. De pijn treedt op bij het sporten (vooral op harde ondergrond), springen, sprinten of hardlopen en trekt in het begin vaak weg na de warming-up of na het stoppen met sporten. De blessure kan echter zodanig verergeren dat de pijn tijdens het sporten aanwezig blijft en nadien nog lang blijft nazeuren.

Bron: KNLTB. (31.03.2011), Springschenen: mediaal tibiaal stress syndroom [31.03.2011, KNLTB: http://www.knltb.nl/cms/showpage.aspx?id=691].

Pagina 56 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Deel III: Letsels naar lokalisatieDoelstellingen van dit deel Aan het einde van dit deel moet je in staat zijn om: Per besproken lichaamsdeel 1 of meerdere letsels te beschrijven De symptomen en de behandeling van de letsels te beschrijven Notie te hebben van verschillende onderzoeken rond dit thema A.d.h.v. een afbeelding af te leiden over welk soort letsel het gaat.

In het volgende deel overlopen we het volledige lichaam en bepalen we per lichaamsdeel 1 of enkele bijzondere, veel voorkomende sportblessures.

HOOFDSTUK 1: De wervelkolomAcute letsels ter hoogte van de wervelkolom komt men maar zelden tegen in de sport. Als er al letsels zijn, dan hebben zij een andere oorsprong en zijn meestal het gevolg van degeneratieve en congenitale aandoeningen (spondylolyse, osteoporose, etc.)

Figuur 16: lage rugpijn35

Acute lumbago of discus hernia ziet men vooral in gevechtssporten, turnen, ijsschaatsen en volleybal. Met chronische letsels worden we veel meer geconfronteerd.

35

Afbeelding gevonden op: http://northwalesspineclinic.co.uk/878

Pagina 57 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

1.1. Lage rugklachten Pijn onder in de rug wordt ook wel eens lage rugpijn genoemd. Het is een veelvoorkomende, afmattende kwaal en het is de belangrijkste medische oorzaak voor werkverzuim. Vrijwel iedereen krijgt wel n keer in zijn leven af te rekenen met lage rugpijn.

Lage rugpijn kan vele oorzaken hebben. Meestal is er sprake van een mechanische oorzaak: Plotseling tillen van zware gewichten Houdingsafwijkingen en instabiliteit tussen spiergroepen En langdurige slechte houding Overbelasting door steeds terugkerende activiteiten (vb: service bij tennis)

In tegenstelling tot specifieke rugklachten waarbij er een duidelijk letsel is zoals een hernia, breuk of tumor, spreekt men van aspecifieke rugklachten (ook wel lumbalgie genoemd) wanneer er geen duidelijk letsel is en de pijnklachten erg algemeen zijn.

Symptomen van aspecifieke lage rugklachten: Zeurende pijn ter hoogte van de lage rug Gevoel van stijfheid Soms pijnscheuten bij verkeerde bewegingen

Wanneer andere symptomen optreden zoals: Uitstralende pijn in het been tot aan de voet Tintelingen, gevoelstoornissen Krachtverlies Als de pijn langer dan 4 weken aanhoudt Arts raadplegen!

De ruggengraat, of wervelkolom, is erg kwetsbaar. Maar al te vaak maken we gebruik van onze wervelkolom als hefboom voor het tillen van zware lasten. Beter zouden we andere gewrichten daarvoor gebruiken, zoals de heupgewrichten en de kniegewrichten en onze rugspieren bij al dat duw en trekwerk als stabilisatoren laten functioneren.

De wervelkolom bestaat uit meerdere wervels waartussen kraakbeenschijfjes zitten (ook wel tussenwervelschijf of wervelschijf genoemd) die bewegingen mogelijk maken en

Pagina 58 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

schokken tussen de wervels absorberen. De tussenwervelschijven bestaan uit een zacht middenstuk (nucleus) in een harde vezelachtige buitenring. Deze kan bij zwaar tillen of bij bukken beschadigd raken.

Nota: ook andere oorzaken kunnen lage rugpijn veroorzaken: Aangeboren stoornissen van de wervelkolom Infectie van de ruggenwervel Tumoren Osteoporose (botontkalking), vooral bij ouderen en vrouwen.

Ook wordt pijn van de inwendige organen soms in de rug gevoeld: dit fenomeen wordt uitstralingspijn genoemd. Het komt voor bij bijvoorbeeld maagzweren en bij aandoeningen aan de buikorganen, darmen (dikke darm) en nieren. Behandeling Stap 1: verbeteren van de normale functie De mobiliteit van de onderrug verbeteren Rekoefeningen van de onderrug Cordinatietraining

Stap 2: opbouw van de sportbelasting Versterken van buikspieren Versterken van rugspieren Cordinatieoefeningen

Stap 3: aandachtspunten inlassen Eventuele alternatieven zoeken voor bepaalde activiteiten: fietsen, wandelen, andere oefeningen Bewegingen die de rug zwaar belasten aanvankelijk vermijden. Geen heftige bewegingen. Geen onverwachte bewegingen. Geen gecombineerde buig-, strek en draaibewegingen.

Pagina 59 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Nieuwe inzichten in verband met lage rugpijnUit een onderzoek van de faculteit Lichamelijk Opvoeding en Revalidatie Wetenschappen, vakgroep Menselijke Fysiologie & Sportgeneeskunde, aan de Vrije Universiteit Brussel, blijkt dat aspecifieke rugklachten (waarvoor geen specifieke oorzaak gevonden is) in meer dan 70% der gevallen spierweefsel gerelateerde rugpijn is. Verdoken bindweefselverhardingen in midden en lage rug- en bilspieren kan men als oorzaak nummer n vooropstellen. In dit geval spreekt men eerder van myogene lage rugpijn.

Sinds de jaren tachtig is lage rugpijn als syndroom spectaculair gestegen in de Westerse gendustrialiseerde landen. Tegenwoordig zijn er per honderd consultaties bij de huisarts, ruim drie gevallen met lage rugpijn. In ongeveer 80 tot 95% van de gevallen kan geen specifieke oorzaak gevonden worden, vandaar de naam aspecifieke lage rugpijn. De uitsluiting van andere ziektebeelden wordt door de huisarts bevestigd, zoals: een discusletsel in de onderrug met typische zenuwwortelpijn tot gevolg, beter bekend als sciatiek. Aspecifieke lage rugpijn verdwijnt in 80% van de gevallen spontaan na 2 tot 3 weken. Deze vorm van rugpijn komt het meest voor in de leeftijdscategorie van 35 tot 55 jaar en is ongeveer gelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen. Het probleem is dat van de oorspronkelijke groep 5% blijft kampen met chronische lage rugpijn (meer dan 3 maanden). De symptomen zijn typisch: stijfheid in de rug bij het opstaan 's morgens, pijn onder aan de rug in bepaalde houdingen met eventuele uitstraling in n of beide benen tot aan de enkel. beperking in beweeglijkheid in dagdagelijkse taken: bijvoorbeeld wandelen is op zich geen probleem, maar wanneer men aanzet tot lopen wordt de onderrug als pijnlijk en beperkt ervaren. Dit is ook het geval bij tillen, lang recht staan en/of zitten, reizen en dergelijke meer.

Pagina 60 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Aan de faculteit Lichamelijke Opvoeding en Revalidatie wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel is een uniek (doctoraats-) onderzoek uitgevoerd waarbij de pijndrempels door middel van eenvoudige drukmetingen zowel bij patinten met subacute lage rugpijn (6-12 weken) als bij gezonde proefpersonen getest zijn. Men meet daarvoor de lokale spiergevoeligheid als een mogelijke mate van verhard spierweefsel. Uit dit onderzoek blijkt dat alle onderzochte pijndrempelwaarden van rug- en bilspieren duidelijk lager liggen bij de groep patinten met aspecifieke lage rugpijn. Het meest opvallende verschil vindt men op het niveau van de onderste spieroverspanning (M. Erector spinae, lumbaal gedeelte) en ter hoogte van de grootste bilspier (M. Gluteus maximus). Indirect is aangetoond dat de term aspecifieke lage rugpijn soms niet klopt aangezien spierverhardingen dikwijls weer te vinden zijn in midden en lage rugspieren alsook ter hoogte van de grote bilspier. In een aantal gevallen zou de term myogene lage rugpijn in de toekomst gehanteerd kunnen worden. Tot hun verrassing stellen de onderzoekers verder vast dat bij dezelfde groep patinten met rugpijn, wanneer men de gemiddelde resultaten van pijndrempelwaarden vergelijkt tussen de subgroep met de stempel lichte rugpijn en de subgroep met zware rugpijn, er geen duidelijke verschillen waar te nemen zijn. Dit kan betekenen dat de ene persoon sneller kan klagen dan een andere van rugpijn bij het tillen, zitten en reizen, maar daarom in principe geen grotere vermeende spierschade heeft opgelopen aan de rug- en/of bilstreek.

Een ander indirect bewijs dat spieren duidelijk in verband kunnen gebracht worden met aspecifieke lage rugpijn is het feit dat diepe dwarse fricties (roptrotherapy) in staat zijn de pijndrempelwaarden te herleiden tot hetzelfde niveau van gezonde personen. Deze techniek wordt met behulp van een bronzen T-knots toegepast ter hoogte van het midden en lage rug alsook ter hoogte van de grote bilspieren. De behandeling is normaal 1 x week x 3 en een laatste behandeling na n maand. Men veronderstelt dat het (oude) verharde spierweefsel zich kan herstellen in de oorspronkelijke staat. Preventief dient in de toekomst aandacht geschonken te worden aan het vermijden, in sport- en/of werkomstandigheden, naar houdingen die de rug- en bilspieren sterk kunnen overbelasten (excentrische spierarbeid vermijden). Niet het gewicht dat men verzet maar de manier van licht vooroverbuigen, is bij het werken preventief van belang. In de toekomst zijn gelijkaardige studies bij chronische myogene lage rugpijn voorzien aan de Vrije Universiteit Brussel in samenwerkingsverband met de Universiteit van Gent.Bron: Farasyn, A. (2007). Nieuwe inzichten in verband met lage rugpijn [Informatie aan de pers]. Brussel: Vrije Universiteit Brussel

Pagina 61 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

1.2. Morbus Scheuermann Is een van de meest voorkomende groeiafwijkingen bij jongeren en berust op stoornissen in de normale groei van wervellichamen en osteonecrose (botafbraak). Groeistoornis van de wervelkolom (borstgedeelte) door osteochondrose van meerdere wervels.

Figuur 17: Morbus Sheuermann36

Sporten en in het bijzonder rugbelastende krachtsporten of rugbelastende sporten zoals volleybal en turnen zijn hier ten zeerste af te raden daar ze de ziekte verergeren. Wees daarom steeds op je hoede wanneer jonge sporters klagen over rugpijn. Mijd oefeningen die rugbelastend zijn en/of pijn veroorzaken. 1.3. Spondylolyse en spondylolysthese

Figuur 18: Spondylolyse en spondylolysthese3736

Afbeelding gevonden op: http://www.sign-lang.uni-hamburg.de/glex/konzepte/l7835.htm

Pagina 62 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Spondylolyse is het scheiden of het verslappen van de verbinding tussen 2 wervels, waarbij de normale samenhang van het beenweefsel van de pediculus vertebrae verzwakt (het gedeelte van de wervelboog tussen de bovenste en onderste onderlinge gewrichtsvlakjes) met dislocatie als gevolg.

Spondylolyse kan later verergeren tot spondylolysthese, een verschuiving of afglijding van wervels in ventrale richting. Beide begrippen mogen niet verward worden met spondylose, wat een degeneratieve verandering van de wervelkolom is, bestaande uit degeneratie van de

tussenwervelschijven (discus), gevolgd door exostosevorming (benig aangroeisel).

De afwijking zou in bepaalde sporttakken meer gezien worden, zoals bij Olympisch turnen en gewichtheffen. Voorzichtigheid is aan te raden voor mensen met spondylolyse bij zware krachttrainingen.

37

Afbeelding gevonden op: http://www.physioquestions.com/2011/03/18/spondylolisthesis-slippage-of-thespine/

Pagina 63 van 120

PDF compression, OCR, web optimization using a watermarked evaluation copy of CVISION PDFCompressor

Karel de Grote-Hogeschool Departement Lerarenopleiding PBSO

Samenvatting onderzoek: Het effect van conservatieve behandeling van lumbale spondylolyse bij sportersDoel: Het doel van de studie is onderzoeken wat het effect is van conservatieve behandeling van de verschillende vormen van spondylolyse, bij sporters, op hervatting van de sportactiviteiten. Achtergrond: Spon